Menu

Knooppunten in mondiale netwerken

In een megalopolis hebben steden meestal een eigen functie. Is er 1 wereldstad, dan noemen we dat een metropool. Hierin zijn alle belangrijke functies. Een megastad heeft ten minste 10 miljoen inwoners. Een stad wordt een knooppunt genoemd als er uitwisseling van goederen, mensen en informatiestromen is. Internationale knooppunten maken deel uit van een stedelijk netwerk/hub-enspokesnetwerk. Londen, Parijs, Tokyo en New York zijn de invloedrijkste wereldsteden. Voordelen van een mainportregio zijn: dichtbevolkt is hoge afzetmarkt, uitwisseling kennis tussen bedrijven, achterland heeft functie bijv. industrie.in het CBD is sprake van clustering. In NY is dit Manhattan. Edge city moet: na 1960 gebouwd zijn, voorzieningsniveau, veel kantoren, kantoordichtheid groter dan woningdichtheid. Nadeel is dat er veel rijkere mensen wegtrekken uit het oude stadscentrum. Hierdoor worden de verschillen in welvaart, opleidingsniveau en etnische achtergrond groter in centrum en omgeving. Veel verstening. Als gevolg worden veel stadscentra opgeknapt. Hierdoor vestigen rijkere hoogopgeleide mensen zich hier (gentrification).

Lees meer...

Welvaart, modernisering en ongelijkheid in Duitsland, Tsjechië en Egypte.

Duitsland heeft de meeste inwoners van de EU en veel steden. Het is een economische grootmacht en hoort bij de leidende industrielanden. In 1835 ging de modernisering van start na de eerste spoorweg. Het geboortecijfer daalt en er is vergrijzing. Tsjechoslowakije had een sterke economie en leunde op de industrie. Na de val van de muur is er ook een dienstensector. Lid van de NAVO. Laag vruchtbaarheidscijfer en de bevolkingsgroei is negatief. Egypte heeft een tekort aan landbouwgrond en water en de gezondheidssituatie is dan ook zorgwekkend.

De kindersterfte is sterk afgenomen sinds 1960 en ook het geboortecijfer daalt. Er zijn veel jongeren. Zogenaamd is Egypte democratisch, maar de president heeft veel macht. Er is een censuur en het cultuurpatroon is erg anders. Er is een grote informele sector. Er zijn twee soorten ongelijkheid: sociale(macht, status, invloed en geld) en regionale (onevenwichtige spreiding van schaarse maatschappelijke goederen).

Sociale ongelijkheid komt vaak door godsdienstige of etnische redenen. Vaak zijn de steden rijk en het platteland arm. In Duitsland is het oosten armer dan het westen. Tsjechië gaat van het communisme naar een vrije markt economie. In het noorden is er veel werkeloosheid, maar Tsjechen verhuizen niet graag. In Egypte zijn de regionale verschillen groot. Veel mensen wonen in het Nijldal. In Cairo zijn veel krottenwijken. De uitbreiding van de stad is zo snel dat het moeilijk is het voorzieningsniveau gelijk te stellen. Door liberalisering van de economie kregen de armen minder steun van de overheid.

Lees meer...

Geld, politiek en ontwikkeling in de bewoonde wereld

Statistieken kloppen niet altijd en moeten vaak met een korreltje zout worden genomen. Dit komt vooral vaak voor in ontwikkelingslanden. Het nationaal inkomen wordt het vaakst gebruikt als indicator voor de ontwikkeling. Die kan je op drie manieren berekenen: alle inkomens bij elkaar optellen, alle toegevoegde waarden optellen, alle bestedingen in een land bij elkaar optellen. Deze drie horen aan elkaar gelijk te zijn. Stijging van het BNP betekent niet altijd stijging van de welvaart. Het is ook moeilijk te vergelijken door verschil van munteenheden en in koopkracht. Bij het BBP worden inkomsten uit het buitenland niet meegerekend. Er wordt vaak gebruik gemaakt van de Lorenz-curve om te kijken welk deel van de bevolking hoeveel geld verdiend. De Gini-index gaat over getallen van 0 tot 100. Hoe groter het getal, hoe groter de ongelijkheid. Vanwege veel kritiek gebruikt de VN de Index Menselijke Ontwikkeling (IMO) wat bestaat uit de vragen: hoeveel verdiend de bevolking gemiddeld? Hoe oud worden de mensen gemiddeld? En Hoeveel mensen hebben leren lezen en schrijven? In de westerse landen betekent hoge dienstensector welvaart, in de derde wereld niet. Het democratisch gehalte hangt af van in hoeverre de “universele rechten van de mens” worden gerealiseerd. Het gaat ook om hoe een land met minderheden omgaat. De Transparency International Corruption Perceptions Index geeft de hoeveelheid corruptie aan. De onderwijsgraad en de verstedelijking zijn belangrijke sociale kenmerken van een land. Sociaal-culturele verstedelijking houdt het veranderen van de waarden en normen dankzij het verhuizen naar de stad in.

Lees meer...

Cultuur en mensen in de bewoonde wereld

Gebieden worden geregionaliseerd met een bepaald kenmerk dat meetbaar is. Ruimtelijke indicatoren geven eigenschappen aan die per plek kunnen verschillen (vb geboortecijfer). Er is altijd sprake van een overgangsgebied. Onder cultuur verstaat men alles wat door de mens is aangeleerd en gemaakt. Een cultuur is in beweging en wordt beïnvloed van binnen en buiten af. Taal, godsdienst en normen en waarden zijn de drie belangrijkste dingen van een cultuur. De vier wereldgodsdiensten (christendom, islam, boeddhisme, hindoeïsme) zijn met elkaar in contact gekomen en hebben elementen van elkaar overgenomen. Door kolonialisme is bijvoorbeeld taal overgebracht. Dit ging met verschillende vormen van diffusie. In Indonesië is het Nederlands niet de voertaal, omdat het Portugees al als lingua franca werd gebruikt en de Nederlanders uit waren op winst, niet om hun cultuur te verspreiden.

Je kan de wereld ook indelen op demografie. Het beste voorbeeld is de bevolkingsgroei. Je hebt natuurlijke groei (geboorte en sterfte) en sociale groei (migratie). Optimistisch : overbevolking zorgt voor innovatie. Pessimistisch: overbevolking bedreigt welvaart, uitputting en schaarste zullen zorgen voor conflicten. Malthus zegt dat de mens meer kinderen krijgt als de welvaart stijgt, maar dat moeten we niet doen want zo komt er een punt dat er te weinig voedsel is. Leeftijdsgrafieken geven de leeftijdsopbouw weer. Er zijn drie modellen. (kijk blz. 112) het demografisch transitiemodel geeft de vormverandering van de leeftijdsgrafieken in de loop van de tijd weer. Er zijn vier fasen:

1. Agrarisch ambachtelijke fase: hoge geboortecijfers, men trouwt pas als ze een baan hebben, hoge sterfte, vaak epidemieën en hongersnoden.

2. Proletarische fase: IR, veel sneller trouwen, het geboortecijfer steeg en het sterftecijfer nam af, welvaart steeg.

3. Moderne fase: lijnen lopen weer naar elkaar toe, door verstedelijking minder kinderen, daling kindersterfte, anticonceptiepil, ontgroening.

4. Postindustriële fase: geboorte en sterftecijfer zijn laag, vergrijzing.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen