Menu

Amerikaanse psychologie

In Amerika was het Duitse experimentalisme bekend onder de naam structuralisme. Titchener was een structuralist. Hij zocht met behulp van de Duitse methode (introspectie en psychofysische experimenten) naar de inhoud van het bewustzijn.

Titchener wilde de elementaire zintuiglijke gewaarwordingen catalogiseren. Hij gaf een lijst met aantallen van deze elementaire gewaarwordingen. Dit waren niet meer verder te analyseren elemeneten, die door hem en zijn medewerkers na zorgvuldige introspectie waren ontdekt.

Titcherner waarschuwde voor de ‘stimulus error’. Door associatie zou je dingen aan elkaar koppelen die niet perse bij elkaar horen. In zijn experiment gebruikte hij dan ook alleen maar mensen die zeer geoefend waren in introspectie, dit zorgde ervoor dat de stimulus error weggenomen werd. Nadelen introspectie:

- is eigenlijk retrospectie, omdat je terugkijkt naar wat je even terug hebt ervaren
- introspectie is niet hetzelfde als bewustzijn
- introspectie interfereert met bewustzijn

Titchener’s psychologie was niet erg geliefd in de VS. De Amerikanen zagen meer in een toepasbare psychologie, die oplossing bood voor maatschappelijke problemen als immigranten, stedelijke expansie, massaproductie etc.

Functionalisme was populairder. Het woord ‘functie’ werd op 2 manieren gebruikt:

- functie van bewustzijn: aanpassing (geinspireerd door de evolutietheorie)
- functie van psychologie als wetenschap: toepassing

James is de belangrijkste functionalist. Hij bouwt voort op Bain, die psychische verschijnselen classificeert in thoughts, feelings en volitation (wilsactiviteiten). James legt vooral de nadruk op volitation, de actieve kant van het bewustzijn. Waar Titchener en Wundt de nadruk legden op de inhoud van het bewustzijn, richt James zich op het gedrag en de functie van het bewustzijn.

James sprak over de stream of consciousness: elke gedachte van deze stroom maakt deel uit van een persoonlijk bewustzijn en verandert steeds en voelen we voortdurend. Een gedachte of een gevoel keert nooit op dezelfde manier terug.

Een ander kenmerk van het bewustzijn is het verschijnsel van selectieve aandacht: het richten van aandacht op bepaalde dingen in je omgeving. Het bewustzijn is een evolutionair aspect, het is erbij gekomen om te zorgen dat de mens beter kan overlegen. Het heeft dus een survival value.

James had ook een vernieuwde visie op emotie. De James-Lange theorie stelt dat emoties worden veroorzaakt door fysiologische veranderingen. Dus we rennen niet weg omdat we bang zijn, maar je rent weg en ervaart dan pas het angstige gevoel.

Steeds bleef reflexologie een belangrijk onderwerp in de psychologie. Er werd vanuit gegaan dat een bepaalde stimulus een bepaalde respons zou veroorzaken (S->R). De functionalist Dewey had hier kritiek op. Volgens hem kon je gedrag niet in S en R ontleden, maar is het een continu samenhangend thought en action proces. Er is hierbij sprake van een cyclus

3 kenmerken functionalisme:

  • bestudeert activiteiten van het bewustzijn in reele omstandigheden
  • is niet alleen geinteresseerd in psychische activiteiten opzich, maar meer als onderdeel van de evolutie (dingen die ontstaan uit evolutie hebben een functie)
  • geen voorkeur voor het psychische of fysische, wil de samenhang tussen deze twee juist bestuderen

Lees meer...

Evolutietheorieen en sociaal darwinisme

De evolutietheorie zorgde voor nieuwe opvattingen over de ontwikkeling van de mens en de maatschappij, en had dus ook invloed op de psychologie. De twee belangrijkste evolutietheorieen:

  • Lamarck: evolutie is doelgericht, er wordt geevolueerd naar soorten die steeds beter zijn. De mens is hierbij het meest perfecte wezen. Aangeleerde eigenschappen zijn overerfbaar
  • Darwin: evolutie is niet doelgericht, variaties zijn toevallig. Evolutie door natuurlijke selectie. De mens is uit de dier ontwikkeld (continuiteit)


De theorie van Darwin was het meest populair. Hieruit ontstond het sociaal darwinisme (onden invloed van Spencer). Dit was een maatschappijvisie die ervan uit gaat dat evolutie dankzij ‘surivival of the fittest’ de maatschappij versterkt. Overheidsbemoeienis moest dan ook beperkt worden, om het individu dan het beste zijn eigen vermogens kan ontwikkelen.

De evolutietheorie heeft veel invloed gehad op de Amerikaanse psychologie.

Lees meer...

Gestaltpsychologie

Vanuit de romantiek en het vitalisme ontstond een grote interesse voor begrippen als samenhang, gehelen, organisme en organisatie. Hieruit ontstond de Gestaltpsychologie. Het idee was dat de mens waarnam in gehelen (Gestalten). Dit geheel is meer dan de som der delen. Bij waarneming speelt de context een belangrijke rol. Een voorbeeld hiervan is de Muller-Lyer-illusie. Als je alleen de lijnen ziet, lijken ze gewoon even lang, maar zodra de hoekjes aan het einde worden toegevoegd (context), lijkt de onderste lijn langer.

Ook het phi-fenomeen is typisch voor de Gestaltpsychologie. Hierbij worden twee strepen die van elkaar gescheiden zijn na elkaar op, en wekken zo de illusie van beweging in de richting van het tweede licht. De

Gestaltpsychologie zagen hierin een bevestiging van het principe van isomorfisme. Dit is het idee dat een patroon van prikkels dat wordt waargenomen in structureel opzicht correspondeert met een soortgelijke toestand of patroon in de hersenen.

Ook het figuur-achtergrond principe is bekend: denk maar aan de vaas met de twee gezichten. Een ander populair geworden term is Gestalt-switch, die wordt gebruikt wanneer je, van het ene moment op het anderen, in hetzelfde plaatje of in dezelfde situatie verschillende beelden of vormen (Gestalten) ziet.

Volgens de Gestaltpsychologen waren er vier organisatie principes van waarneming:

- proximity: nabijheid
- similarity: vergelijkenis
- closure: omsluiting
- pragnanz: je zoekt altijd ergens een vorm in, ookal is de stimuli zelf nogal rommelig

Lees meer...

Dilemma’s

Dankzij Wundt werden er naast waarneming en zintuiglijke functies ook andere (hogere) onderdelen van het bewustzijn onderzocht, zoals het geheugen. Ebbinghaus onderzocht hoe we leren. Hij maakte hierbij gebruik van betekenisloze worden, waardoor er geen associaties zouden ontstaan (dit vertroebelt het onderzoek). Hij ontdekte dat herhaling belangrijk is: intervalleren werkt beter dan aan 1 stuk door leren.

In diezelfde tijd ontwikkelde de Fransman Binet een standaardtest waarmee slechte leerlingen naar een speciale school konden worden doorverwezen. De wetenschap werd dus maatschappelijk gebruikt. In Duitsland verzette Wundt zich heftig tegen maatschappelijke toepassing van de psychologie, omdat praktische belangen volgens hem de wetenschap meer kwaad dan goed deden.

Verschillende wetenschappers die onderzoek deden naar denkprocessen voegden zich samen in de Wurzburger School. Zij vonden dan denken meer was dan een opstapeling van afbeeldingen in je hoofd, geprojecteerd door de buitenwereld. Mulbe zei dat je bij introspectie helemaal niet kon spreken van zoiets als ‘afbeeldingen’, want bewustzijnstoestanden zijn beeldloos. Denken vindt plaats in een sonstellatie van bewustzijnstoestanden, in een bewustzijnssituatie, vonden de Wurzburgers.

Henry Watt verzon de Aufgabe-experimenten, waarbij de proefleider een geheel noemde (bijvoorbeeld lichaam), en de proefpersoon daar dan een deel van moest noemen (bijvoorbeeld arm). Hierna moesten de proefpersonen verslag doen van hun denkproces. Empiristen/associationisten zouden zeggen dat de stimulusrespons fase het belangrijkst is. Maar, uit het onderzoek bleek dat de voorbereiding, waarbij de proefperoson uitleg krijgt, en zichzelf in de juiste denkhouding brengt, het belangrijkst was. Als de persoon dit goed deed, dan volgde de rest vanzelf.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen