Menu

De Ecologische voetafdruk

evolutie van productie en consumptie

  • Er zijn twee redenen waarom de wereldproductie en consumptie vanaf 1960 zo gestegen zijn :
    • bevolking is gestegen
    • welvaart is gestegen
  • Om te weten hoe goed of slecht het gaat met onze aarde gebruiken we het begrip ECOLOGISCHE VOETADRUK


ecologische voetafdruk

  • Ecologische voetafdruk = de oppervlakte aarde die nodig is om de levensstijl van een persoon stad of land te voorzien
  • Om de ecologische voetafdruk te berekenen wordt het aardoppervlakte ingedeeld in verschillende landsoorten die ons in onze behoeften voorzien. :
    • Akkerland
    • Graasland bioproductief land
    • Bosland Visland
    • Bouwland
    • Energieland
    • Land voor biodiversiteit


wordt de aarde overbelast?

  • We zijn op aarde in totaal met 7 miljard mensen.
  • Eerlijk aarde aandeel = 1.41 ha
  • Voetafdruk per wereldburger = 2.3 ha
  • Besluit = de aarde wordt overbelast
  • De gebieden die het meest verbruiken persoon van groot naar klein: Noord- Amerika / West-Europa / Centraal, en Oost-Europa / Latijns-Amerika / Azië / Afrika


Actualiteit

  • De Belgische voetafdruk is de op vijf na grootste van de wereld
  • Onze EVA = 7,1 ha
  • Welke 5 landen hebben een grotere EVA? = Quatar / Koeweit / Verenigde
  • Arabische Emiraten / Denemarken / VS
  • Wij hebben rechtop 1,8 ha
  • Volgens Koen Stuyck van het WWF is onze EVA zo hoog door :
    • Het energieverbruik dat te hoog is
    • De bebouwde oppervlakte is te groot voor ons land
  • Er zijn 4 aardbollen nodig als iedereen zo zou leven als de Belgen
Lees meer...

Regulatie van de genexpressie

Genexpressie: het tot uiting komen van genen via transcriptie en translatie. Door enzymen vinden stofwisselingsreacties plaats.

DNA:

  • Structuurgenen: de genen waarlangs transcriptie en translatie plaatsvinden: ze bevatten de informatie voor de eiwitsynthese in de ribosomen
  • Promotor: de plaats waar RNA-polymerase zich kan binden aan een nucleotideketen op het DNA
  • Operator: op weg naar de structuurgenen moet polymerase langs de operator bewegen.
  • Een repressor kan zich binden aan een operator (verhinderd de transcriptie van structuurgenen, gesynthetiseerd onder invloed van regulatorgenen)
  • Maar ook aan een inductor


Door deze binding laat de repressor los van het DNA. Hierdoor komt de operator vrij en zorgt RNApolymerase voor transcriptie. (En vind eiwitsynthese plaats)

Lees meer...

Eiwitsynthese

Enzymen worden gevormd door ribosomen, niet door het DNA: in de ribosomen worden aminozuren aan elkaar gekoppeld in een specifieke volgorde. In dit proces wordt RNA gevormd (op dezelfde manier als het DNA-replicatie proces)

  • Transcriptie: Onder invloed van een enzym (RNA-polymerase; hierdoor worden waterstofbruggen verbroken) worden langs een deel van DNA RNA-moleculen gevormd. (mRNA, tRNA en rRNA)
  • Translatie: tRNA vertaalt mRNA in een bepaalde aminozuurvolgorde, waardoor het eiwit gevormd wordt. (aan elkaar gekoppelde aminozuren)
  • mRNA - Messenger RNA- bevat de informatie welke aminozuren in welke volgorde aan elkaar moeten worden gekoppeld. Informatie komt van het DNA, en wordt naar de ribosomen overgebracht. Deze informatie is de genetische code
  • tRNA - Transfer RNA- speelt een rol bij het vertalen van mRNA in de eiwitten (namelijk in de aminozuurvolgorde) (=translatie) het bevat een anticodon en een bindingsplaats voor een van de aminozuren. In het ribosoom heeft het tRNA een eigen bindingsplaats: de zogenaamde A-plaats
  • tRNA moleculen binden aminozuren -door een tRNA-aminozuurcomplex-. Deze aminozuren komen vervolgens vrij in een ribosoom en worden ingebouwd in een polypeptideketen.
  • rRNA - Ribosomaal RNA- is een bestanddeel van ribosomen. Ribosomen zijn namelijk opgebouwd uit rRNA en eiwitten


Anticodon: In het ribosoom heeft het tRNA een eigen bindingsplaats: de zogenaamde A-plaats. Het anticodon kan binden aan een bijbehorende codon op het mRNA, maar alleen wanneer zo'n codon zich ook in de A-plaats bevindt. Wanneer deze verbinding tot stand is gebracht, wordt het aminozuur door het ribosoom gekoppeld aan de groeiende keten van het eiwit dat gesynthetiseerd wordt. Nadat het aminozuur is gekoppeld, laat het tRNA weer los.

Lees meer...

DNA

In een DNA-molecuul komen vier verschillende stikstofbasen voor: Adenine (A), Thymine (T), Cytosine (C) en Guanine (G)

Stikstofbasen van de twee keten van zijn met elkaar verbonden: A-T en C-G, bij RNA is dit A-U en C-G, deze verbinding wordt gevormd door waterstofbruggen.

DNA-replicatie: Het proces waarbij DNA gekopieerd wordt:

  • Waterstofbruggen worden verbroken (Door enzymen)
  • Vrije nucleotiden binden met de opengeritste DNA-strengen (dATP, dTTP, dCTP of dGTP)


*Belangrijk is dat de nucleotide een trifosfaat is, aangezien afgesplitste fosfaatgroepen energie opleveren

  • DNA-polymerase lijmt de vrije nucleotiden aan de DNA-streng (vorming van H-bruggen; kost veel energie)
  • DNA-ligase zorgt ervoor dat korte framenten (horizontaal) aan elkaar worden gekoppeld

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen