Menu

Wetenschappers

Onuitputtelijke nieuwsgierigheid

Onophoudelijke scepticisme

Oude ideeën ter discussie stellen

Nieuwe ideeën genereren

Kritisch tav de gevestigde orde “Voorbereide/open” mentale staat

Het kunnen herkennen van interessante fenomenen. Serendipiteit.

Lees meer...

Samenvatting

1. Positieve symptomen (die niet bij normale mensen voor komen) zij hallicunaties, wanen, heftige emoties, bizar gedrag en denkstoornissen.

2. Negatieve symptomen zijn gebrek aan sociale interactie, emotionele expressie en spraak.

3. Studies onder tweelingen en geadopteerde kinderen indiceren een genetische eigenschap voor schizofrenie, hoewel niet iedereen met aanleg ook schizofrenie ontwikkelt. Verantwoordelijke genen zijn nog niet gevonden.

4. Familieleden van schizofrenen vertonen soms gedrag dat een aanwijzing kan zijn voor schizofrene aanleg b.v. geen volgende oogbewegingen kunnen maken.

5. Volgens de neuro-ontwikkelings hypothese zijn er prenatale, neonatale of genetische storingen in de ontwikkeling van de hersenen geweest, die leiden tot gedragsafwijkingen in de vroege volwassenheid.

6. De kans op schizofrenie is hoger dan gemiddeld voor hen die aan prenatale ondervoeding hebben geleden, Rhesuskinderen of van wie de moeder hoge koorts had tijdens de zwangerschap.

7. Sommige mensen met schizofrenie vertonen milde neuronale afwijkingen, die niet toenemen in de volwassenheid.

8. Sommige drugs die mensen zelf gebruiken stimuleren dopamine synapses of inhiberen glutamate synapses en kunnen symptomen geven die op schizofrenie lijken.

9. Medicijnen ter verlichting van schizofrenie blokkeren dopamine synapsen en stimuleren glutamatesynapsen of beide. Omdat dopamine en glutamate tegengestelde effecten hebben zijn de resultaten van de medicijnen in overeenstemming met de hypothese dat schizofrenie te hoge dopamine activiteit weerspiegelt en de hypothese dat het te weinig glutamate activiteit weergeeft.

10. Langdurig gebruik van antipsychotische medicijnen kan leiden tot tardive dyskinesie, een bewegingsstoornis.

11. Mensen met schizofrenie hebben een normale dopamineafscheiding en een mix van verhoogde- of verlaagde gevoeligheid in de receptoren. Ze hebben een lagere afscheiding van GABA en glutamate.

Lees meer...

Neurotransmitters en hun receptoren

Schizofrenie is niet alleen een kwestie van te veel dopamine. De gevoeligheid van receptoren voor dopamine type D2 is ongeveer normaal, maar die van type D1 is lager dan normaal en die van D3 en D4 is ongeveer 2 keer zo hoog als normaal.

We weten niet of de receptorabnormaliteit het oorspronkelijke probleem is of dat het zich ontwikkeld heeft ter compensatie van verstoorde dopamineafscheiding in andere delen van de hersenen. Er is geen relatie gevonden tussen schizofrenie en de genen die dopaminereceptoren coderen.

Schizofrene mensen hebben een lagere afscheiding van de neurotransmitters GABA en glutamate en de glutamate receptoren in de prefrontale cortex zijn anders van vorm.

Een andere complicatie is de tijd die het duurt voordat een antipsychotisch medicijn begint te werken. Hoewel de dopamine receptoren vrijwel meteen geblokkeerd worden is dat pas na 2 of 3 weken aan het gedrag te merken. Net als bij antidepressiva veroorzaken antipsychotische middelen waarschijnlijk veranderingen in afscheiding bij het presynaptische neuron en gevoeligheid bij het postsynaptisch neuron.

Lees meer...

Neveneffecten en het onderzoek naar verbetering van medicijnen

De meeste onderzoekers geloven dat antipsychotica werken doordat ze de activiteit van dopamine-neuronen doen afnemen in het mesolimbocorticale systeem, een stel neuronen die lopen van het middenhersentegmentum naar het limbische systeem. Maar deze medicijnen verminderen ook de activiteit van andere dopamineneuronen, die verantwoordelijk zijn voor de beweging. De meest ernstige bijwerking is de tardive Stuvia.com - De Marktplaats voor het Kopen en Verkopen van je Studiemateriaal 38 dyskinesia; schokken en andere onwillekeurige bewegingen. Deze verschijnselen nemen toe naarmate mensen een grotere dosis nodig hebben en bij mensen bij wie de medicijnen niet veel helpen. Lange blokkade van dopaminetransmissie maakt de postsynaptische neuronen overgevoelig, zodat ze heftig reageren op kleine hoeveelheden dopamine. Lichte stimulatie van deze overgevoelige synapses leiden tot heftige uitbarstingen van onvrijwillige bewegingen. Antipsychotica doen het aantal dopaminereceptoren niet toenemen, maar de overgevoeligheid ontstaan door andere mechanismen.

Tardive dyskinesia is moeilijk te genezen en moet dus voorkomen worden.

Bepaalde nieuwe medicijnen; de atypical antipsychotics (b.v. clozapine) is misschien een goed antipsychotisch medicijn zonder veel bijwerking. Het blokkeert de activiteit in het pad naar de prefrontale cortex, maar heeft geen effect in de basale ganglia (dat verantwoordelijk is voor tardive dyskinesia). In tegenstelling tot de andere medicijnen blokkeert Clozapine de type D4 receptoren meer dan D2.

Het blokkeert ook serotonine type 5-HT2 receptoren en heeft effect bij veel patiënten die tot op heden geen baat hadden bij medicijnen. Helaas heeft clozazepine als bijwerking dat het witte bloedlichaampjes doet verminderen, zodat de persoon vatbaarder wordt voor infecties.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen