Menu

Thorndike en Skinner

1. THORNDIKE

  • De allereerste studies over instrumele conditionering
  • Zijn experiment: Puzzel box


Hij stopte een hongerige kat in een box waarbij de kat op een of andere manier kon onsnappen. Als de kat op de pedaal drukte kon hij ontsnappen en ging de deur op waar een bakje voedsel op de kat stond te wachten.

Aanvankelijk wist de kat niet hoe te ontsnappen en deed ze allerlei nutteloze pogingen, totdat ze per toeval de kooi openkreeg. Hoe langer thornedike deze procedure herhaalt hoe sneller de kat uit de kooi raakt.

  • Op basis van deze bevindingen : ‘ de wet van het effect’


Responsen die voldoening gevende gevolgen teweegbrengen zullen herhaald worden en steeds sneller en efficiënter uitgevoerd worden. Responsen die onbevredigende gevolgen hebben zullen niet herhaald worden.

2. SKINNER

Skinner gebruikte een variant van de puzzelkooi van Thorndike, die objectieve meting van de responsen mogelijk maakte 3componenten: (1) een hendel waar de rat op kan duwen (2) een voedselbak met voedselpillen die 1 voor 1 worden toegediend (3) een metalen vloer die elektrische schock kan toedienen. 2 mogelijkheden: als hij op hendel duwt komt eten ( positieve bekrachtiging)De vloer schockt tot hij op hendel drukt ( negatieve bekrachtiging)

Operante respons: gedrag dat gevolgd wordt door een bepaald effect in de omgeving. Bekrachtiging: verhoogt de kans dat gedrag zich opnieuw vertoont Straf: verlaagt de kans dat gedrag zich opnieuw vertoont

Lees meer...

Klassieke conditionering bij mensen

1. FOBIËEN

  • Klassieke conditioneringen leek een verklaring voor angst. Bv: na auto-ongeluk panische angst van auto rijden.


2. LITTLE ALBERT

  • Watson& Rayner
  • Onderzoek: Little Albert
  • Baby zonder angst, een fobie van ratten aanleren. Elke keer als ze een rat laten zien krijgt de baby een klap op het achterhoofd. Hun studie bewijst echter dat angst is aangeleerd.
  • Etisch verantwoord?
  • Little Albert ging zijn angst generealiseren naar alles wat harig is


3. FETISJISME

  • Köksal, (2004)
  • Onderzoek naar Kwartels hun paargedrag: voor het paren van de kwartels altijd een spons tonen, en na een tijdje bleek dat kwartels al paargedrag vertoonde bij spons alleen.
  • Verklaring voor fetisjisme?


4. RECLAME

  • Reclamemensen koppelen een product aan een ongeconditioneerde stimuli die positieve gevoelens uitlokken( mooie vrouwen, snoezige baby’s,gezelligheid). Het is daarbij de bedoeling de positieve gevoelens van de ongeconditioneerde stimulus naar het product overgezet te krijgen,zodat de kans dat het product wordt verkocht toeneemt.

Lees meer...

Het cognitief alternatief

Klassieke conditionering is veel actiever proces dan de behavioristen beweerden, meer dan mechanisch proces

Een S-S connectie: de geconditioneerde stimulus lokt een beeld uit van de ongeconditioneerde stimulus. Door herhaardelijk samen aanbieden van de toon het voedsel wordt in de hersenen een beeld van het voedsel geselectederd door het horen van de toon. Het geselectederde beeld leidt op zijn beurt tot de speekselafscheiding.

Lees meer...

Problemen met de behavioristische interpretatie

1) CONTIGUÏTEIT

Dieren/mensen kunnen ook leren zonder contiguïteit, dus het is niet noodzakelijk zoals Pavlov en de behavioristen beweren.

  • De tijd tussen het aanbieden van de geconditioneerde en de ongeconditioneerde stimulus kan lang zijn.


Bv: Smaakaversie. Bij het eten van een lekker gerecht genieten, maar als je een paar uur later misselijk wordt, wil je daarna waarschijnlijk nooit meer van het gerecht eten.

  • CS en OS mogen uren uit elkaar liggen zonder dat dit afbreuk doet aan het leerproces.


2) BIOLOGISCHE PREDISPOSITIE

Garcia en Koelling stellen vast dat niet alle stimuli even conditioneerbaar zijn. Dieren lijken biologisch voorbestemd te zijn om bepaalde stimuli gemakkelijker met elkaar te associëren dan andere.

  • Hun onderzoek: ze gaven dorstige ratte zoet water via een buis die een lichtflits en geluid veroorzaakte telkens als ze eraan likte. Nadat ze van het zoet water hadden gedronken werden ze ziek gemaakt. Omdat de 3 stimuli aan elkaar voorafgingen werd er verwacht dat de ratten voor alle3 aversie zouden gecreerd hebben. Dit is niet zo: de ratten kregen een degou van zoet water, maar associërde licht en geluid niet met het ziek zijn.

We leren sneller associaties zoals:

  • Smaak en ziekte: omdat die in de natuur ook vaak voorkomen

Besmet en bedorven voedsel
Toepassing: antabuse en alcohol

  • Licht/lawaai en pijn

Natuurlijke associatie: omgevingsgevaar
Bv: brandalarm

3) BLOKKERING

Aanleren van een nieuwe associatie wordt geblokeerd door eerder geleerde associatie (Kamin-effect)

  • Kamin ( 1969) ontdekker
  • Zijn experiment: de conditionering van ratten op lichtflitsen: de ratten werden in 2 groepen verdeeld. De eerste groep zatten, werd eerst getraind op een geluid dat aan een schock vooraf ging. Daarna kreeg dezelfde groep ratten opnieuw een schock voorafgaand met een schock maar met bijkomende lichtflits. De tweede groep ratten kreeg alleen de fase met zowel licht als geluid bij de schock.


Er vindt niet evenveel conditionering plaats bij beide ratten. Groep 1 reageerde niet angstig op lichtflits, enkel op de geluid

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen