Menu

Is het cultuurrelativisme bij nadere overweging overtuigend?

In deze paragraaf stelt de auteur de vraag hoeveel en welke elementen iemand moet onderschrijven om hem of haar met recht een cultuurrelativist te noemen. Hij beperkt zich tot de stelling dat in ieder geval het idee van de culturele bepaaldheid van de moraal moet worden onderschreven. Het erkennen van het bestaan culturele variëteit is ook wezenlijk, maar dit is dermate algemeen geaccepteerd dat dan praktisch iedereen een cultuurrelativist zou zijn.

Het gaat erom wat de cultuurrelativist doet met het gegeven van de culturele variëteit, hij trekt de conclusie van het relativisme. De auteur betoogt dat deze conclusie niet valide is. De zwakke plek van het cultuurrelativisme schuilt in de een overaccentuering van de culturele dimensie. Cultuurrelativisten zien de moraal geheel aan de leiband van de cultuur lopen.

In onderstaande paragrafen onderbouwd de auteur de stelling dat de conclusie van relativisme niet valide is.

Lees meer...

Waarom is het cultuurrelativisme zo verleidelijk

Kritische analyse elementen cultuurrelativisme:

1. Er bestaat culturele diversiteit. Dit kan de auteur niet ontkennen.

2. Moraal is een onderdeel van cultuur. Het woord cultuur kan in een bredere en in een engere zin worden gehanteerd. In de brede zin verwijst het naar alle kenmerken van bepaalde levensvormen. In de engere zin verwijst het naar een systeem van waarden dat daaraan impliciet is. Maar in beide gevallen valt moraal daar onder. Ook dit element valt niet te ontkennen.

3. Moraal is afhankelijk van cultuur. Maakt vergelijking tussen moraal en recht, want zijn op vele punten vergelijkbaar. Kenmerkend voor recht is dat de gelding daarvan verschilt naar de nationale jurisdictie waarin men zich bevindt en niemand bestrijdt dit. Ten aanzien van recht zijn we dus allemaal cultuurrelativist. Waarom zouden we het dan niet zijn ten aanzien van de moraal?

4. Men kan zich niet bevrijden van zijn cultuur. Van de culturele invloed kan niemand zich bevrijden, leert de cultuurrelativist. Auteur haalt stellingen van bovengenoemde denkers aan die dit onderstrepen.

5. Absolute waarden en waarheden bestaan niet. . Auteur haalt stellingen van bovengenoemde denkers aan die dit onderstrepen.

6. Het geeft geen pas een vreemde cultuur met onze eigen waarden te beoordelen. Eerste normatieve claim van de cultuurrelativist. Als geen cultuur superieur zou zijn aan een ander, zou ook het imperialisme afgewezen moeten worden.

7. Als met een cultuur zou willen beoordelen, dan zou men dat moeten doen met de maatstaven die aan die cultuur zelf zijn ontleend. Aan de vorige zou men het standpunt kunnen verbinden dat men überhaupt geen moreel oordeel over een cultuur mag uitspreken. Maar dat is een vorm van moreel nihilisme die de cultuurrelativist zal vermijden. Hij meent wel degelijk dat een cultuur kan worden beoordeeld. Hij meent alleen dat de criteria die we daarvoor hanteren de criteria moeten zijn die door deze cultuur zelf worden aangeleverd.

Lees meer...

De aantrekkingskracht van het cultuurrelativisme. Westers chauvinisme a la Dickens en Kipling afgewezen

Wie de enorme populariteit van het cultuurrelativisme wil begrijpen zou zich eigenlijk ook moeten verdiepen in de vraag waartegen het cultuurrelativisme zich wilde verzetten: negentiende-eeuwse auteurs met overspannen ideeën over de superioriteit van de Westerse beschaving.

Auteur geeft een opsomming van en weergaven uit stukken van Dickens en Kipling. Dit waren grote schrijvers in de tijd waarin Sumner 59, Benedict 12 en Westermarck 37 waren. In deze stukken komen de ‘wilden’ er niet bepaald best af. In die tijd was de hoofdstroom binnen het denken een zelfverzekerde houding ten aanzien van de superioriteit van de westerse cultuur.

Op het eerste gezicht lijkt het cultuurrelativisme dan ook een uiterst aantrekkelijke positie. Het representeert een sympathieke, ruimdenkende, tolerante, politiekcorrecte houding als antidode tegen de arrogante, westerse pretentie de wereld te mogen en kunnen beheersen.

Lees meer...

Cultuurrelativisme bij Edward Westermarck: moraal niets anders dan gevoelens

Westermarck (1862-1939) had een grote hekel aan het Duitse idealisme, hij voelde zich aangetrokken tot het de Britse empirische traditie van filosofiebeoefening.

Ten aanzien van grondslag van moraal hield Westermarck vast aan de emotivistische these dat morele oordelen gebaseerd zijn op gevoelens. Deze morele gevoelens onderscheiden zich van andere door het idee van de vergelding en onpartijdigheid. Volgens Westermarck is moraal een sociaal en een relatief gegeven. Objectieve morele oordelen bestaan niet.

Ook Westermarck meent dat het idee van de relativiteit van morele waarden naar alle waarschijnlijkheid tolerantie tot gevolg zou hebben, een punt dat reeds bij Montaigne wordt gemaakt.

De kroongetuigen van het cultuurrelativisme presenteren moraal als ‘socially approved habits’. Vervolgens constateren zij dat deze variabel en relatief zijn en op basis daarvan formuleren zij de verwachting dat tolerantie en respect onder de volkeren zal zegevieren wanneer het relativisme maar wijd verbreid zal raken. Inmiddels is het relativisme wijdverbreid, vooral onder intellectuelen die voor progressief willen doorgaan. De vraag is hoe men die hardnekkige persistentie kan verklaren wanneer de argumentatie daarvoor toch niet bepaald vlekkeloos is (volgens auteur).

De grootste populariteit lijkt het relativisme te ontlenen aan de vermeende binding met tolerantie, bescheidenheid en een anti-imperialistische houding. Deze waarden staan tegenwoordig zo als vanzelfsprekend overeind (en terecht, auteur), dat een perspectief dat bloedverwantschap met deze ideeën weet te suggereren sterk staat in het publieke debat.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen