Overbodigheidstheorie
- Gepubliceerd in Filosofie
- Reageer als eerste!
Wat zeggen mensen eigenlijk als ze een waarheid beweren? Waarheid is een overbodig concept!
Wat zeggen mensen eigenlijk als ze een waarheid beweren? Waarheid is een overbodig concept!
erkend de regels van afspraken, procedures en taal; overeenstemming. Er is inderdaad correspondentie/overeenstemming, maar tussen wat?!
Voorbeeld: Het raam staat open. Maar wat is ‘open’? Je kunt dus pas tot overeenstemming komen wanneer je weet wat de definitie (=betekenis =sence) is van, in dit geval, ‘open’. Er zijn afspraken, procedures en taal nodig om tot definities te komen.
De coherentietheorie is waar als alle beweringen elkaar bevestigen. ↓
Voorbeeld: - bij (χ) graden Celsius is het koud - om dit te kunnen meten gebruiken we een thermometer → Conclusie: het is wel/niet koud indien deze beweringen elkaar wel/niet bevestigen.
Dit maakt dat waarheid voorlopig en verbeterbaar is. Immers, het is afhankelijk van meerdere beweringen. Er zitten dus meerdere beweringen tussen de inhoud van een zin en de werkelijkheid.
Het grote verschil tussen de coherentie- en de correspondentietheorie is:
De correspondentie theorie doet net alsof je aan verwijzingen (=reference/beweringen) genoeg hebt om vast te kunnen stellen of een bewering klopt. Maar je hebt betekenissen (=sence/definities) nodig om te kunnen bepalen of een bewering klopt (= coherentietheorie). Hoe kun je anders tot overeenstemming komen?
zegt dat een bewering (=verwijzing =reference) waar is als deze overeenkomt met de werkelijkheid. Dus als de feiten kloppen. De inhoud moet overeen komen met de werkelijkheid.
= echt, eigenschappen zijn echt.
Plato: Eigenschappen zijn ‘echter’ dan de dingen zelf. Dingen kunnen namelijk veranderen van eigenschap. Desondanks blijven we wel weten wat een eigenschap is, zoals bijvoorbeeld rond.
Plato: Als je naar een ding kijkt weet je dat het niet echt rond is. Ronde dingen zijn niet echt rond, het idee is rond. Het idee van rondheid is oneindig!
Nog een voorbeeld:
Het idee van een stoel = alles waar je op kunt zitten. Plato zou zeggen: ‘De stoel is een afgeleide van het idee stoel’.