Menu

Gesloopt gesteente

fysische verwering van stenen is het zo vaak blootstaan aan afkoeling en opwarming, dat de steen uiteindelijk splijt. Er ontstaan twee aparte delen graniet. Ook is er sprake van inwerking van water en zuren. Mossen en algen geven zuren af die in combinatie met water zorgen dat sommige mineralen in het gesteente oplossen en wegspoelen. Dit is chemische verwering.

Verwering komt overal voor, maar niet overal even snel. Chemische verwering verloopt het snelst bij hogere temperaturen en veel beschikbare water. Fysische verwering verloopt het snelste wanneer ergens grote temperatuurveranderingen voorkomen of de grens van 0 graden wordt overschreden. Dit gebeurt vooral met stenen die onbedekt zijn, terwijl chemische verwering steeds verder de grond in trekt.

Kalksteen lost makkelijk op in water maar kan vervolgens ook makkelijk neerslaan. Druipsteengrotten zijn hier het gevolg van. Kalksteen lost in normaal water nauwelijks op, behalve als er in het water CO2 is opgelost. Dan krijg je:

CaCO3 +H2O + CO2 ↔ Ca2+ + 2HCO3-

dit gebeurt vooral onder de grond. Hierdoor ontstaan er steeds groten. Als de grotten steeds groter worden kan het bovenliggende gesteente instorten. De laagten die hierdoor in het landschap ontstaan heten dolines. Deze verschijnselen bij elkaar worden karstverschijnselen genoemd. Paragraaf 8 verweringsmateriaal in beweging.

De volgende aardverschuivingen worden onderscheiden

Lees meer...

Aardbevingen

zware aardbevingen ontstaan bij convergente en transforme plaatbewegingen. Het is het resultaat van jarenlange spanningsopbouw. Wanneer twee gesteentelagen klem zitten tegen elkaar, zal het gesteente langzaam vervormen of verbuigen. Er wordt hierbij veel spanning opgebouwd. Wanneer de spanning groter wordt dan de sterkte van het gesteente, breekt het gesteente plotseling. De spanning is weg, en de twee gesteentelagen zijn verschoven ten opzichte van elkaar. Hierbij ontstaan aardbevingen. De trillingen die bij een aardbevingen vrijkomen worden overal geregistreerd door seismografische station. Hoe groter de aardbeving, hoe groter de uitslag in het seismogram. De afstand tot het epicentrum van de aardbeving speelt daar wel een rol bij. Dit is het punt aan het aardoppervlak boven de plaats waar het gesteente heeft vastgezeten (de haard). Hoe dieper de haard, hoe minder je het voelt aan het aardoppervlak.

De verwoestende kracht zit enerzijds in de trillingen zelf. Daarnaast gaat om de ontstane processen als aardverschuivingen en tsunami's. Tsunami's ontstaan doordat plotselinge bewegingen van het oceaanbodem het zeewater in beweging brengen. De golven die hierbij ontstaan zijn erg verwoestend. Omdat het onvoorstelbaar is dat harde gesteentelagen zomaar verbuigen, wordt ervan uitgegaan dat het buigen op plooien van de lagen in de diepte heeft plaats gevonden. Hier kan bij grotere druk en temperatuur het gesteente makkelijker plastisch worden. Gesteente dat aan de oppervlakte ligt en uitgerekt of ingedrukt wordt, zal breken. Langs een breuk in de aardkorst zullen delen van de aardkorst, afhankelijk van de druk, omhoog geduwd worden of wegzakken. De omhoog geduwde gesteenten heten horst en de weg gezakte gesteenten heten slenk.

Op deze wijze ontstaan hele gebergten. Aan de randen van platen kunnen grote gebieden door de druk worden vervormd. Hierbij kunnen plooiingsgebergten en breukgebergten ontstaan. Voorbeeld van een plooiingsgebergten is de Alpen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen