De ME zijn voorbij en men kijkt opnieuw naar de cultuur van de oudheid als richtinggevend model à het ontstaan van de moderne filosofie (einde 14e eeuw)
Algemene crisis van het gezag: macht van de kerk daalt , feodale stelsel valt weg, de nieuwe burgerij in de steden versterkt haar macht à nieuwe kijk op de wereld, waarvoor een nieuw filosofisch denken nodig is
15e eeuw: Machiavelli: de politieke filosofie breekt door als zelfstandige tak 16e en 17e eeuw: Thomas Hobbes: wilde politieke filosofie laten steunen op de studie van de mens 15e en 16e eeuw: Desiderius Erasmus, Thomas Morus 16e en 17e eeuw: Galileo Galilei, Francis Bacon: toonaangevend voor de stap naar rationalisme en empirisme
Het betreft hier telkens een kennisleer die, om tot inzicht te komen, respectievelijk uitgaat van de rede en van de ervaring, met implicaties voor het handelen à de zinvraag verdwijnt nu voor een tijd op de achtergrond, tem Kant