ICB’s met middellange looptijd
- Gepubliceerd in Economie
Bevat fondsen die beleggen in obligaties wiens looptijd tussen de 1 en 3 jaar ligt.
Bevat fondsen die beleggen in obligaties wiens looptijd tussen de 1 en 3 jaar ligt.
Beleggen vnl in kortlopend papier zoals termijndeposito’s, SKC’en, KT obligaties, CP alsook in liquide middelen. De gemiddelde looptijd van de portefeuilles is vaak kleiner dan 6 maanden.
Doen geen beroep op het openbare spaarwezen(in tegenstelling tot de publieke privaks) en valt daardoor niet onder het toezicht van de CBFA.
=beursgenoteerde ICB’s die sinds 1997 kunnen opgericht worden en die beleggen in niet-genoteerde vennootschappen en groeibedrijven.
De belegger moet er rekening mee houden dat de beurskoers van een gesloten fonds aanzienelijk kan afwijken van de inventariswaarde van het fonds, er kan dus een décote optreden.
Luxemburgse SICAF’s (societe d’investissement à capital fixe) of belgische BEVAK’s (beleggingsvenootschap met vast kapitaal)
Kunnen enkel aangekocht worden gedurende een inschrijvingperiode, daarna staat het aantal deelbewijzen vast. Om nieuwe rechten uit te geven is er een kapitaalsverhoging vereist.
Geven doorlopend deelbewijzen uit en laten tevens toe dat de beleggers zich kunnen terugtrekken (terugkoop van bestaande certificaten). Het aantal uistaande certificaten, en dus het maatschappelijk kapitaal van de beleggingsvenootschap, schommelt dus naargelang de interesse van het beleggerspubliek. Deze fondsen zijn meestal bekend onder de franse benaming Sicav (société d’investissement à captial variable). De belgische versie van deze is = BEVEK (beleggingsvenootschap met veranderlijk kapitaal)
Pas opgericht sinds 1990, als handelsvennootschap en hebben dus eigen rechtspersoonlijkheid. De belegger belegt in de beleggingsvenootschap door aandelen/deelbewijzen van de beleggingsvennootschap in kwestie te kopen. De vennootschapstructuur impliceert dat alle traditionele vennootschaprechtelijke bestuursorganen aanwezig zijn: AV van aandeelhouders en een raad van bestuur.
= oudste type van ICB’s en werden geregeld sinds 1957. Zij worden ook wel eens gemeenschappelijke beleggingsfondsen genoemd. De deelbewijzen van een beleggingsfonds vertegenwoordigen het eigendomsrecht van een fractie van de protefeuille (onverdeelde massa). De beleggers in een beleggingsfonds zijn juridisch mede-eigenaars. Ze hebben geen rechtspersoonlijkheid.
1) Belgische instellingen die financieringsmiddelen collectief beleggen
2) Buitenlandse instellingen die uit het publiek aangetrokken financieringsmiddelen collectief beleggen, op voorwaarde dat de rechten van de deelneming openbaar worden uitgegeven in belgie en/of deze in belgie verhandeld worden.
De belgische beleggingsinstellingen omvatten :
1) De beleggingsinstellingen die hun financieringsmiddelen in belgie of in het buitenland uit het publiek aantrekken en die opgericht zijn als:
2) private en publieke instellingen voor de belegging in schuldvorderingen (organismes de placement en créances, OPC) = geregeld bij overeenkomst(fonds) of bij statuten (venootschap)
3) private en publieke privaks en prifondsen