Marginale spaarquote
- Gepubliceerd in Economie
de verhouding tussen de toename van de besparingen en de – in principe infinitesimaal kleine – toename van het beschikbare gezinsinkomen, die daaraan ten grondslag lag.
de verhouding tussen de toename van de besparingen en de – in principe infinitesimaal kleine – toename van het beschikbare gezinsinkomen, die daaraan ten grondslag lag.
geeft het mathematische verband weer tussen de determinanten van sparen (consumeren) en de daaruit voortvloeiende spaarbedragen (consumptiebedragen).
door de loonstijging verbetert de inkomenspositie van het gezin bij eenzelfde arbeidstijd. Het gezin kan deze welvaartstoename opnemen onder de vorm van verhoogde materiële consumptie en onder de vorm van additionele vrije tijd. Dit heeft een afremmend effect op het aanbod van de arbeid.
door de loonstijging verbetert de afruilmogelijkheid tussen vrije tijd en arbeidstijd.Het wordt dus interessanter om vrije tijd door arbeid te substitueren.
het geheel van bezittingen van die huishouding vermeerderd met de vorderingen op andere huishoudingen, de zgn. activa, en verminderd met de schulden van die huishoudingen, de zgn. passiva.
loonstijgingen leiden tot een daling van het aantal uren aangeboden arbeid omdat personen hun maximaal nagestreefde inkomen bereikt hebben.
het verhandelen van goederen of financiële activa tussen markten met de bedoeling voordeel te halen uit de prijsverschillen ertussen.
de prijs zorgt voor een evenwicht tussen de verwachtingen van de vragers en aanbieders.
de waarde die de marktpartij zelf aan de geruilde goederen hecht.
wordt in een geldeconomie weergegeven door de prijs. Het is dus de waarde waartegen op de markt geruild wordt.