Eerste wet van Gossen
- Gepubliceerd in Economie
stelt dat bij toename van het aantal geconsumeerde eenheden, het marginale nut ervan afneemt. Met andere woorden, het totale nut kent een degressief stijgend verloop.
stelt dat bij toename van het aantal geconsumeerde eenheden, het marginale nut ervan afneemt. Met andere woorden, het totale nut kent een degressief stijgend verloop.
de mate waarin de consument door het consumeren van een aantal eenheden van het betrokken goed zijn behoeftebevrediging verhoogt.
de wijziging die optreedt in het totale nut van de consument wanneer hij één –in principe infinitesimaal kleine –eenheid aan zijn consumptie toevoegt.
bepaalde goederen ontlenen hun waarde juist aan het feit dat slechts enkelen ze kunnen bezitten.
opvallend consumptief gedrag met de bedoeling afgunst op te wekken.
consumenten met opvallend consumptief gedrag (trendsetter) en mensen die deze nieuwe consumptietrends willen volgen. Zodra de nieuwe consumptietrend algemeen verspreid is, gaan de trendsetters nieuwe consumptievormen ontwikkelen om zich opnieuw van de rest van de bevolking te differentiëren.
geeft de gevoeligheid weer van de gevraagde hoeveelheid van een goed voor de prijswijziging van andere producten. Zij is gelijk aan de verhouding tussen de relatieve wijziging van de gevraagde hoeveelheid van het ene goed en de –in principe infinitesimaal kleine – relatieve prijswijziging van een ander goed, die tot de wijziging in de gevraagde hoeveelheid van het eerst aanleiding gaf.
gezamenlijke consumptie van de beide goederen is noodzakelijk met het oog op het bekomen van een bepaald nut. Daling in de consumptie van het ene goed, bijvoorbeeld als gevolg van een prijsstijging, leidt derhalve automatisch tot een afname van de consumptie van het andere product, zij het niet noodzakelijk met dezelfde intensiteit.
vormen alternatieven voor het bevredigen van een bepaalde behoefte. Wanneer derhalve de prijs van het ene product toeneemt, stijgt de consumptie van het andere product omdat het in prijs toegenomen goed wordt vervangen door het thans relatief goedkopere.
de vraag daalt naarmate het budget van de consument toeneemt, omdat hij ze substitueert door duurdere goederen, waaraan hij een hoger nut toekent, maar die hij zich met het lager inkomen niet kon veroorloven. De inkomenselasticiteit bij inferieure goederen is derhalve negatief.