Menu

De besluitvormingstheorie

Een situering in de tijd

  • Hoogtepunt in de jaren ’60 en ‘70
  • Er volgen diverse, meer recente toepassingen die gemengd wordt met additionele ideeën en accenten.

De achtergrond van de pioniers situeert zich vooral binnen de humane en gedragswetenschappelijke hoek.

  • Barnard
  • Lindblom
  • Simon, Cyert en March

De typische, algemene kenmerken

De besluitvormingstheorieën sluiten zeer sterk aan bij het complexe mensbeeld van het human relations of gedragsmatig managementperspectief. Ze leggen zich toe op 2 specifieke kenmerken:

  • De mens als beperkt rationeel wezen
    • Niet in staat om alle nodige informatie te verzamelen om een volledige en objectieve kijk te hebben op het probleem
    • Niet in staat om al deze informatie te verwerken en te begrijpen zodanig dat hij de beste oplossing kiest (de beste oplossing kiezen gebeurd zelden of nooit gebeurd)
    • Wat bepaalt de beperkingen?
      • Persoons- en/of groepsgebonden waarden
      • De opleiding of het vakspecialisme
      • De ervaringen
      • De positie of functie
  • De mens als een door eigenbelang gedreven wezen
    • Mensen hebben niet allemaal dezelfde belangen/streefdoelen.
    • Wat bepaalt dit eigenbelang?
      • Persoons- en/of groepsgebonden waarden
      • Opvattingen
      • Posities

In de Behavioural Theory of the Firm staan verschillende zienswijzen over het mensbeeld en de gevolgen hiervan voor het verloop van besluitvormingstheorieën, maar ook voor andere managementaspecten.

Bijzondere aandachtspunten

Functie-rolgebonden aandachtspunten

  • Plannen
    • Veel aandacht voor bijzondere kenmerken van het besluitvormingsproces
    • Veel aandacht voor de vergelijking tussen het rationele versus het niet-rationele besluitvormingsproces
    • De doelen van een organisatie sluiten aan bij het eigenbelang van welbepaalde groepen van medewerkers en/of individuen (doelen zijn dus gekleurd)
  • Controleren
    • Veel aandacht voor het gebruik van informatie- en coördinatiemechanismen die de effecten van de beperkte rationaliteit en het eigenbelang proberen te beheersen/beïnvloeden

Andere aandachtspunten

  • Informatiefilters
    • In alle managementfuncties zorgt de beperkte rationaliteit en het eigenbelang voor het bestaan van informatiefilters. Hierdoor is het onmogelijk om de beste beslissingen te nemen.
  • Besluitvormingsprocessen
    • Het aandachtspunt van dit perspectief is het verloop, het karakter ne het management van organisationele besluitvormingsprocessen.
Lees meer...

Bijzondere aandachtspunten

Functie-rolgebonden aandachtspunten

  • Plannen
    • Veel aandacht voor het gebruik van prognoses en simulaties die de toekomstige omgeving voorspellen
  • Controleren
    • Aandacht voor het gebruik van gesofisticeerde en overwegend kwantitatieve controle instrumenten

Lees meer...

Bijzondere aandachtspunten

Functie-rolgebonden aandachtspunten

  • Plannen
    • Veel aandacht voor het voorbereidende werk van de planning
  • Organiseren
    • Veel aandacht voor de wijze waarop de contingentiefactoren de structuur van de organisatie beïnvloeden
  • Leiding geven
    • Aandacht voor de wijze waarop situaties de keuze van leiderschapsstijlen beïnvloeden (een andere situatie vereist een andere leiderschapsstijl)

Andere aandachtspunten

  • Effectiviteit
    • De doelmatigheid en efficiëntie van een organisatie hangt af van de afstemming tussen de gemaakte managementkeuzes en de typische kenmerken van de externe omgeving en de organisatie
      • Bij een fit is er sprake van effectiviteit
      • Bij een mis fit is er sprake van ineffectiviteit
  • De omgeving van organisaties
    • Het bestuderen van de externe omgeving en van de kenmerken van de organisatie is belangrijk om de juiste keuzes te kunnen maken betreffende het management van organisaties

Lees meer...

De typische, algemene kenmerken

De contingentiebenadering is een variante van of ontwikkeling binnen het systeemdenken. Het management van organisaties is dus situationeel of situatieafhankelijk. Het gevolg hiervan is dat er geen simplistische of universele managementregels bestaan.

Er werden verschillende contingentiefactoren geïdentificeerd. Dit is een kenmerk van de organisatie en/of haar omgeving die een invloed heeft op de wijze waarop organisaties worden gemanaged.

Lees meer...

Bijzondere aandachtspunten

Functie-rolgebonden aandachtspunten

  • Plannen
    • Veel aandacht voor het voorbereidende werk van de planning
    • De plannen sluiten expliciet aan bij de kenmerken van de (deel)omgevingen van organisaties
  • Organiseren
    • Elk subsysteem heeft zijn eigen leefwereld en dit heeft gevolgen voor de vormgeving van de interne structuur
    • Veel aandacht voor coördinatie en controlesystemen en de hieraan gekoppelde informatiesystemen
  • Controleren
    • Controle via feedforward en feedback informatiesystemen

Andere aandachtspunten

  • Effectiviteit en efficiëntie
    • De doelmatigheid en efficiëntie van een organisatie hangt niet enkel af van de doelmatigheid en efficiëntie van elk subsysteem, maar vooral van de interactie en coördinatie tussen de subsystemen i.f.v. het geheel
  • De omgeving van organisaties
    • Het bestuderen van de externe omgeving is niet enkel belangrijk i.f.v. de planning, maar ook i.f.v. het organiseren en het controleren

Lees meer...

De typische, algemene kenmerken

De systeembenadering integreert het klassieke en het gedragsmatige managementperspectief.

De systeembenadering beschouwt de organisaties als systemen =

  • Een verzameling van onderling verbonden en van elkaar afhankelijke onderdelen
  • Subsystemen die samen één, samenhangend geheel of de organisatie vormen

Een subsysteem kan de gedaante aannemen van een…

  • …bepaald proces (communicatieproces betreffende productvernieuwing)
  • …organisatiestructureel onderdeel (een bepaalde dienst, afdeling of team)
  • …bepaald activiteitsdomein (de aankoop, de productie, het HRM,…)

In de vakliteratuur worden er diverse suggesties gemaakt tot de identificatie van subsystemen binnen organisaties.

Systemen en subsystemen opereren in de omgeving.

  • Gesloten systeem = vertoont geen wisselwerking met externe omgeving
  • Open systeem = systeem dat in een dynamische, intense wisselwerking staat met haar omgeving

Een zekere wisselwerking of interactie creëert een hele set van nieuwe managementbegrippen.

  • Synergie = effect van het geheel of alle subsystemen tezamen is groter dan dat van de subsystemen afzonderlijk
  • Grenzen of boundaries = elk systeem en subsysteem kent grenzen waardoor het zich afscheidt/onderscheidt van de omgeving
  • Stromen of flows = doorheen systemen en subsystemen vloeien er stromen van informatie, goederen en middelen
  • Feedforward en feedback
    • Feedforward = informatiestromen kunnen voorafgaandelijk aan acties worden overgemaakt aan andere systemen, subsystemen en de omgeving
    • Feedback = informatiestromen kunnen ook terugkomen nadat de acties zijn uitgevoerd

Lees meer...

Een situering in de tijd

  • Ontstaan in het begin van de jaren ‘50
  • Tot op de dag van vandaag diverse aanhangers

Pioniers worden bij dit perspectief minder expliciet aangehaald. De stichters zijn vooral beoefenaars van de natuurwetenschappen (volgens Mullins). Een bijzondere variant van de systeembenadering is de sociotechnische benadering.

Lees meer...

Bijzondere aandachtspunten

Functie-rolgebonden aandachtspunten:

  • Plannen
    • Invloed vanwege het complexe mensbeeld op de formuleringen van doelen
  • Organiseren
    • Informele organisatiestructuur
    • Belang van groepen (werkeenheden) en de groepsdynamiek binnen de organisatie
  • Leiding geven
    • Een werknemergerichte leiderschapsstijl is de meest efficiënte en effectieve leiderschapsstijl
    • Inspraak of participatie vanwege medewerkers
    • Motivatie van medewerkers is een belangrijk aandachtspunt voor leiders
  • Controleren
    • Invloed vanwege het complexe mensbeeld op gehanteerde controlesystemen
Lees meer...

De typische, algemene kenmerken

Ze benaderen het management op een uitgesproken mensgerichte kijk.

  • Organisaties managen ≠ programmeren van een immense machine of computer
  • De mens is een te complex, te uniek, te grillig en te onvoorspelbaar wezen
  • Ze beïnvloeden elkaar waardoor hun gedrag nog complexer wordt

Er ontstaat een complex mensbeeld.

  • De mens heeft een zachte zijde of heeft irrationele logica
  • Door de wil en de keuzevrijheid wordt de complexiteit nog groter
  • Mensen hebben gedragspreferenties; ze hebben andere waarden, normen,…

Dit beeld heeft belangrijke implicaties voor het aansturen van mensen. Het management vereist hier een veel minder normatief of voorschrijvend karakter.

Mayo deed onderzoek in de jaren ’20 in de Hawthorne fabrieken. Hij stelde vast dat tevreden medewerkers betere prestaties leveren en die tevredenheid heeft te maken met de aanwezigheid van goede intermenselijke verhoudingen.

Follet onderzocht de invloed van het lidmaatschap van groepen op het gedrag van mensen. Het in kaart brengen van (informele) groepsnetwerken binnen de organisatie zou belangrijker zijn om het gedrag van de medewerkers te begrijpen en te sturen.

Maslow, Herzberg en McGregor zochten naar onderliggende motivators van het menselijke gedrag.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen