Menu

Emotionele ontwikkeling

- Gelaatsuitdrukkingen zijn de meest betrouwbare aanwijzingen van emoties.

- Emoties spelen een belangrijke rol in ontwikkelingen die Erikson belangrijk vond.
Bv. relaties met verzorgers, verkennen omgeving, ontdekking van het zelf

Lees meer...

Autonomie tegenover schaamte en twijfel

Volgens Erikson is autonomie tegenover schaamte en twijfel het basisconflict van de peuterleeftijd.
(bij Freud: anale fase, d.w.z. instinctieve energieën (driften) gericht op anaalstreek)

Positieve oplossing als ouders de gepaste begeleiding geven en redelijke keuzes aanbieden
Bv. Wanneer je wil vertrekken wil het kind zijn jas zelf aandoen door te zeggen “ikke doen”. Ouders moeten hem dan niet bekritiseren wanneer hij hierin faalt. Het is dan ook belangrijk dat ze geduldig zijn en begrijpend.
Wanneer ouders te veel of te weinig verwachten van hun kind doen schaamte en twijfel ontstaan, omdat het kind dit nog niet kan.

DUS:
Basisvertrouwen en autonomie groeien voort uit warme en gevoelige ouders met redelijke verwachtingen voor impulscontrolering in het tweede jaar. Wanneer kinderen niet genoeg vertrouwen hebben in hun verzorgers en geen gevoel hebben voor individualiteit, is de basis gelegd voor aanpassingsproblemen.

Lees meer...

Basisvertrouwen tegenover wantrouwen

Erikson aanvaardde de benadrukking van Freud op het belang van de ouder – kindrelatie tijdens het voeden, maar hij breidde deze kijk uit: goede verloop van ontwikkeling hangt af van de kwaliteit van het gedrag van de moeder tijdens het voeden en niet het aantal eten

Volgens Erikson is het basisvertrouwen t.o.v. het wantrouwen het basisconflict in het eerste levensjaar.
(bij Freud: orale fase, d.w.z. behoefte aan voeding en orale stimulatie is cruciaal)
 Kind met vertrouwen:
Verwacht dat de wereld goed en bevredigend is, zodoende voelt hij/zij zich zeker voor de wereld te
gaan ontdekken
 Kind met wantrouwen:
Hij/zij kan niet rekenen op de vriendelijkheid en compassie van anderen en beschermt zichzelf daarom
door zich terug te trekken van mensen en dingen om hem/haar heen.

ð Dilemma is opgelost als de eindbalans verzorging welwillend en liefdevol is. Tijdens het voeden ontstaat er een band tussen moeder en kind. Wanneer dit goed verloopt ontstaat er vertrouwen.

Lees meer...

HOOFDSTUK 6: EMOTIONELE EN SOCIALE ONTWIKKELING IN DE BABY- EN PEUTERTIJD

Leeftijd

Erikson Stadium

Freud Stadium

Eerste jaar

Basisvertrouwen tegenover wantrouwen

Oraal

Tweede jaar

Autonomie tegenover schaamte/twijfel

Anaal


De belangrijke bijdrage van psycho-analytische theorie van Freud is het vatten van de essentie van de ontwikkeling van de persoonlijkheid in elke fase van het leven.

De belangrijkste neo-Freudiaanse theorie is die van Erikson (basisvertrouwen t.o.v. wantrouwen)

Lees meer...

Ondersteunen van vroege taalontwikkeling

Taal gericht naar het kind (‘Child Directed Speech’: CDS)
= vorm van communicatie met korte zinnen, hoge stem, overdreven expressiviteit, duidelijke uitspraak, duidelijk afgescheiden apuzes tussen (zins)onderdelen, en herhalen van nieuwe woorden in nieuwe contexten.

Moeders die niet goed kunnen horen vertonen in hun gebarentaal met baby’s een gelijkaardige stijl van communiceren.

> Kinderen vertonen ook een voorkeur voor ‘child-directed speech’ (CDS) vanaf hun geboorte.

> De mate waarin ouders hun CDS bijsturen in functie van de behoften van hun kind, stimuleert begrijpen van taal.

> Om beurten praten in conversatie voorspelt taalontwikkeling en (latere) schoolprestaties

> CDS en om beurten praten creëren een Zone van de Naaste Ontwikkeling waarin taal gaat uitbreiden

Lees meer...

Individuele en culturele verschillen in taalontwikkeling

  • Geslacht:

Meisjes lopen (licht) vooruit op jongens inzake vroege ontwikkeling van de woordenschat

  • Persoonlijkheid

Gereserveerde (= teruggetrokken) kinderen beginnen later te praten

  • Omgeving

Hoe meer woorden ouders gebruiken in het bijzijn van het kind, hoe meer hun kinderen leren

> Geslacht: ouders praten meer met meisjes dan met jongens (peuterleeftijd)

> Persoonlijkheid: ouders praten minder met verlegen dan met sociale kinderen

  • Lage SES

Minder verbale stimulering thuis (vooral voorlezen uit (kinder)boeken), waardoor grote taalachterstand (woordenschat maar ¼ van hoge SES kinderen)

Jonge kinderen hebben een unieke stijl van praten:

> Referentiële stijl
= Vroege woordenschat die vooral bestaat uit woorden die verwijzen naar voorwerpen

  • Snellere toename van woordenschat (gewoonweg omdat er meer object labels zijn dan sociale zinnen)
  • Visie op taal = woorden dienen om naar voorwerpen te verwijzen
  • Verkennen actief voorwerpen (en ouders steunen dat)

> Expressieve stijl
= Veel meer gebruik maken van voornaamwoorden (bv. “ik”) en sociale uitdrukkingen of zegswijzen
(bv. “dank u”)

  • Visie op taal = woorden dienen om over de gevoelens en behoeften van mensen te praten
  • Zijn meer sociaal (en ouders steunen dat)
  • Ook invloed cultuur
    • bv. Engelse – Chinese taal:
    • Engelse taal: object woorden (naamwoorden) worden hier meer gebruikt
    • Chinese taal: actiewoorden (werkwoorden) worden hier meer gebruikt

Wanneer moeten ouders zich zorgen gaan maken voor taalachterstand?

Wanneer het kind opvallend sterk achterloopt op taalnormen:

2 maanden

Vocalisaties

4 maanden

Brabbelen

8 – 12 maanden

Brabbelen als volwassen taal (bv. intonaties)

12 maanden

Eerste herkenbare woord

18 – 24 maanden

Woordenschat 50 – 200 woorden

20 – 26 maanden

2 woorden combineren


Bijvoorbeeld laat brabbelen kan wijzen op trage ontwikkeling van de taal (interventie is dan nodig)
Of op 2 jaar nog geen richtlijnen kunnen volgen of gedachten moeilijk onder woorden brengen: mogelijk probleem met gehoor of taalstoornis (behandeling is dan ook nodig)

Lees meer...

Twee-woorden zin

De meeste kinderen vertonen een geleidelijke, continue stijging in het aantal woorden die ze leren.
 Hoe? : in hun tweede levensjaar verbeteren ze hun vermogen om ervaringen te categoriseren, en begrijpen ze de intenties van andere mensen om zo te achterhalen waar anderen over praten.

Vanaf peuters ongeveer 200 woorden kennen starten ze met 2 woorden te combineren. Dit noemt men de telegram-stijl: gebruik van slechts 2 woorden, zoals in een telegram, waar de minder belangrijke woorden worden uit gelaten. Dit vaak in eenvoudige vormen zoals “Willen + X” of “Meer + X”

Ze maken zelden grammaticale fouten zoals “stoel mijn” i.p.v. “mijn stoel”. Maar hun woordcombinaties zijn gewoonlijk een kopie van paren van woorden die volwassenen gebruiken, zoals “wat denk je van nog meer sandwich?”

Lees meer...

Eerste woordjes

  • 6 maanden: kinderen beginnen de betekenis van de woorden te begrijpen:
    Als ze luisteren kunnen ze ‘mama’ en ‘papa’ onderscheiden (TV-experiment)

  • 1 jaar: kinderen zeggen hun eerste woorden:
    • Belangrijke mensen (“mama”, “papa”)
    • Alles wat beweegt (“auto”, “bal”, “kat”)
    • Bekende handelingen (“da-da”, “op”, “meer”)
    • Resultaten bekende handelingen (“vuil, “nat”, “heet”)

Sommige eerste woorden hebben een samenhang met cognitieve prestaties
Bv. object-permanentie: “alles weg”, “allemaal weg”

Kinderen zijn gemotiveerd om woorden te leren die relevant zijn voor probleem-oplossen.
Ook emoties beïnvloeden het leren van de eerste woordjes
Bv. Een kind roept enthousiast “schoen” omdat het kind weet dat wanneer je je schoenen aandoet, je naar buiten gaat en iets leuks gaat doen.

Kinderen hebben probleem van onder- en overextensie:

> Onderextensie:

  • woord wordt toegepast op kleiner aantal voorwerpen of gebeurtenissen dan waarvoor ze geschikt zijn. De term wordt te eng toegepast
  • Bv. “beer” enkel gebruiken voor de eigen teddybeer, maar niet voor de beer in de zoo

> Overextensie:

  • Woord wordt toegepast op bredere verzameling van woorden of gebeurtenissen dan waarvoor het geschikt is. De term wordt te breed toegepast
  • Bv. “auto” voor personenwagens, vrachtwagens, treinen, bussen, ...
  • Men denkt dat kinderen overgaan tot overextensie omdat ze het juist woord niet kunnen herinneren.

Wanneer kinderen er niet in slagen om een woord uit te spreken wil nog niet zeggen dat ze dat woord niet kennen:

> Spreken -> vaker overextensie

> Begrijpen -> minder vaak overextensie

Lees meer...

Voorbereiding op praten

> Eerst vocalisaties

  • Rond 2 maanden maakt baby klinkerachtige geluiden
  • bv. ‘ooo’ of ‘aaa’

> Dan brabbelen

  • Vanaf 4 maanden medeklinkers toegevoegd en medklinker-klinker combinatie herhaald in lange reeksen
  • Bv. ‘bababababa’ of ‘dadadadada’

Om verder te ontwikkelen, moet baby menselijke spraak kunnen horen. Dove kinderen worden blootgesteld aan gebarentaal en maken gebruik van brabbelen met hun handen zoals andere kinderen doen door spraak. Kinderen die niet doof zijn maar wel dove ouders hebben produceren brabbelgelijke gebaren met het ritmische patroon van natuurlijke gebarentaal.

> Vervolgens echt gaan communiceren

  • Gedeelde aandacht
    • Vanaf 4 maanden kijkt baby in dezelfde richting als de volwassene
    • Volwassenen kijken in zelfde richting als baby en benoemen de omgeving
    • Leren: begrijpen taal, produceren van woorden en ontwikkeling woordenschat
  • Geven en nemen
    • Vanaf 1 jaar gaan kinderen heel actief willen meedoen met spelletjes waarbij spelers elk om beurt meedoen: handjeklap en kiekeboe
  • Preverbale gebaren
    • Gebruikt om gedrag van anderen te beïnvloeden
    • Leren: taal leidt tot gewenste resultaten
    • Bv. wanneer kind naar kast wijst reageert ouder met ‘oh wil je een koekje?’. Op deze manier leren kinderen de taal te gebruiken die leidt naar de gewenste resultaten.
    • Later gaan de gebaren verdwijnen en worden woorden dominant

Nabije leeftijd

Mijlpaal

2 maanden

Kinderen vocaliseren, ze maken aangename klinkerachtige geluiden

4 maanden

> Kinderen brabbelen, ze gaan medeklinkers toevoegen aan hun vocalisaties

> Vanaf 7 maanden gaan het brabbelen ook vele geluiden van gesproken taal inhouden

> Kinderen observeren aandachtig het geven-en-nemen spel, zoals handjeklap en kiekeboe

8 – 12 maanden

> Kinderen begrijpen sommige woorden

> Kinderen worden nauwkeuriger in gedeelde aandacht met de opvoeder, die vaak de omgeving benoemd

> Kinderen nemen actief deel aan het geven-en-nemen spel, ze doen elk om beurt mee

> Kinderen gebruiken preverbale gebaren, zoals wijzen, om zo de handelingen van anderen te beïnvloeden

12 maanden

> Het brabbelen houdt ook geluid en intonatiepatronen in van de taalgemeenschap van het kind

> Kinderen zeggen hun eerste herkenbare woord

18 – 24 maanden

> Hun vocabulair breidt uit tot 50 à 200 herkenbare woorden

> Kinderen combineren 2 woorden

Lees meer...

Interactionistisch

Taal ontwikkelt zich door interacties tussen aangeboren capaciteiten en invloeden vanuit omgeving.

2 types van interactionistische theorie:

  • Type 1: informatieverwerking
    • Idee dat kinderen krachtige algemene strategieën toepassen om zo de complexe taalomgevingen te begrijpen
    • Andere interactionisten maken een combinatie van Chomsky en informatieverwerking
  • Type 2: klemtoon op sociale interactie
    • Sociale vaardigheden en taalervaringen zijn belangrijk voor taalontwikkeling
    • Kind heeft een sterk verlangen om met anderen te communiceren

De sociale competentie van de kinderen en hun taalervaringen hebben een grote invloed op hun taalontwikkeling

CONCLUSIE:
Je moet deze 3 theorieën samennemen en combineren om te begrijpen hoe kinderen taal en praten leren. De aangeboren capaciteiten, cognitieve verwerkingsstrategieën en de sociale ervaringen spelen alledrie een rol.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen