Veilige gehechtheid
- Gepubliceerd in Psychologie
- Reageer als eerste!
- Gebruik ouder als veilige basis
- Separtie: Huilen / niet-huilen, maar voorkeur voor ouder
- Hereniging : Actief contact zoeken, huilen vermindert
Een vaak gebruikte methode is de vreemde situatie, waarbij de kwaliteit van gehechtheid gemeten wordt tussen 1 en 2 jaar.
Principes:
> Veilig gehechte kinderen gebruiken ouder als veilige uitvalsbasis om onbekende speelkamer te verkennen
> Als ouders weggaat, biedt onbekende volwassene minder troost
Daarom: veel aandacht voor de fasen van:
-> scheiden van ouder en
-> hereniging met ouder
De verschillende fasen: Wat wordt gemeten?
1) Introductie in speelkamer
2) Ouder zit neer en kind speelt Ouder als veilige basis
3) Vreemde komt binnen, zit neer, praat met ouder Reactie op vreemde
4) Ouder gaat buiten, vreemde reageert op / troost kind Scheidingsangst
5) Ouder komt weer binnen. Vreemde gaat weg Reactie bij hereniging
6) Ouder verlaat weer kamer (kind is alleen) Scheidingsangst
7) Vreemde komt binnen en probeert te troosten Mogelijkheid om getroost te w dr een vreemde
8) Ouder komt binnen, wekt belangstelling speelgoed Reactie bij hereniging
Resultaten: 4 patronen van gehechtheid:
= de emotionele band van de baby met de verzorgingsfiguur is een gedrag dat in de evolutie naar voor is
gekomen en overleving bevordert.
Momenteel de meest aanvaarde theorie over gehechtheid.
Idee: de aangeboren gedragingen van het kind (bv. lachen, brabbelen, huilen) zijn sociale signalen die de verzorger ertoe aanzetten om met de baby om te gaan en voor hem/haar te zorgen
Geleidelijk aan (in 4 fasen) ontwikkelt zich een hechte, emotionele band:
Gehechtheid = de sterke, affectieve band die we hebben met bijzondere mensen in ons leven. Deze band zorgt ervoor dat we plezier en vreugde beleven als we met hen omgaan en dat we getroost worden door hun nabijheid in tijden van stress.
Oudere theorieën:
- Psycho-analyse :
Voeding is primaire context waarin deze band wordt uitgebouwd Niet helemaal correct
- Behaviorisme :
Tijdens voeding ontwikkelt baby een voorkeur voor aanrakingen door moeder
WANT ook al is het voeden een belangrijke context voor het opbouwen van een hechte relatie, gehechtheid hangt niet af van de bevrediging van hun honger.
Bij een experiment bij babyapen verkiezen zij de “zachte moeder” boven de “harde moeder”, onafhankelijk
van de voeding!w
Combineert genetica en omgeving
= model van de “goede overeenkomst” tussen temperament en omgeving. Dit model verklaart hoe
temperament en omgeving samen tot gunstige resultaten kunnen leiden. Men richt een opvoedingsomgeving
in waarin het temperament van elk kind aangemoedigd wordt.
Bv. moeilijke kinderen ervaren vaak parenting die niet goed past bij hun aanleg, waardoor ze vaker het risico lopen op aanpassingsproblemen.
Effectief parenting wordt o.a. gerealiseerd door warmte, redelijke verwachtingen en geduld
> Effectief parenting hangt af van de levensomstandigheden!
Bv. in Rusland is de nationale economie niet al te best -> financiële zorgen en langere werkuren -> weinig tijd voor het beschermend parenting. Hierdoor zijn de kindjes emotioneel negatiever, angstiger en van streek wanneer ze gefrustreerd zijn.
> Culturele waarden hebben ook een invloed op de fit tussen parenting en het temperament van het kind
Bv. schuchter zijn:
> in het Westen: sociale incompetentie
> in China: grote sociale maturiteit,maar verandert.
Een goede overeenkomst wordt best zo snel mogelijk gevonden!
Wanneer ouders stimulerend zijn:
- Bevordert dit de exploratie bij minder actieve baby’s
- Vermindert dit de exploratie bij erg actieve baby’s
Ook de omgeving heeft een krachtige invloed op temperament.
Heel opvallend is ook dat ouders zoeken naar verschillen in persoonlijkheid tussen hun kinderen (door vergelijking) en die vervolgens ook benadrukken:
> Bij eeneiige tweelingen zien ouders minder gelijkenissen dan observatoren
> Bij twee-eiige tweelingen zien ouders het verschil, terwijl observatoren de gelijkenissen zien
Ook is het zo dat hoe minder tweelingen in contact komen met elkaar, hoe meer ze van elkaar gaan verschillen. Tweelingen hebben buiten hun familie andere ervaringen met bv. leerkrachten, leeftijdsgenoten, ...
Conclusie: Er is een complexe interactie tussen genetica en omgeving
Het begrip “temperament” impliceert een genetische basis
Uit onderzoek blijkt dat: