Menu

Factoren die bijdragen tot ‘theory of mind’

  • Taal
    • Rijke woordenschat over mentale toestanden
  • Cognitieve vaardigheden
    • Ongepaste reactie onderdrukken (=inhibitie)
    • Flexibel denken
    • Plannen
  • Sociale vaardigheden
    • Moeders (veilige gehechtheid)
    • Oudere broers/zussen
    • Leeftijdgenoten (verbeeldingsspel)
    • Volwassenen

> Hoe meer contact met andere mensen, hoe meer verschillende perspectieven men hoort

  • Kinderen moeten biologisch voorbereid zijn om een theory of mind te ontwikkelen
    • Ontbreekt bij kinderen met autisme
Lees meer...

Bewustzijn van mentaal leven

1 jaar: interactieve vaardigheden (bv. gedeelde aandacht)

2 jaar:

  • Inzicht dat perspectief van anderen verschillend is van hun eigen perspectief (bv. broccoli)
  • Eerste werkwoorden: “denken”, “onthouden”, “doen alsof”

2 – 3 jaar:

  • Kinderen realiseren zich dat het denken zich afspeelt in het hoofd van iemand en dat een persoon kan denken over iets zonder het te zien, erover te praten of het te voelen.
  • Kleuters denken dat mensen zich altijd gedragen op manieren die consistent zijn met hun verlangen.
    Ze begrijpen niet dat overtuigingen ook een invloed kunnen hebben op gedrag, daardoor fouten in ‘false belief’ taak

3 – 4 jaar:

  • Gebruiken “denken” en “weten” om te verwijzen naar eigen gedachten / overtuigingen en die van anderen

4 jaar:

  • Zowel wensen als overtuigingen hebben invloed. Daardoor wel correct antwoord in ‘false belief’ taak.

4 – 6 jaar:

  • Inzicht in ‘false belief’ neemt toe

‘False belief’ taak:

‘False belief’ = overtuiging die niet overeenkomt met de realiteit. Het kan het gedrag van mensen beïnvloeden

Taak:
2 doosjes worden getoond waarbij op één doosje “Sesamstraat pleisters”staat en het andere doosje is blanco. Er wordt aan het kind gevraagd om het doosje te nemen waar volgens hem/haar de pleisters in zitten.
Bijna altijd nemen kinderen het doosje met “Sesamstraat pleisters” op. Vervolgens moeten ze het doosje opendoen en zien ze dat er geen pleisters inzitten. Dan laten ze zien dat de pleisters in het blanco doosje zitten.
Daarna wordt Pamela, een handpop, boven gehaald. Zij heeft een sneetje in haar hand en heeft een pleister nodig. Aan het kind wordt gevraagd waar Pamela de pleisters zal zoeken.
 Indien antwoord : andere doos, dan hebben ze geen idee van ‘false belief’
 Indien antwoord: “Sesamstraat pleisters” doos, dan hebben ze wel een idee van ‘false belief’.

Lees meer...

Geheugen voor alledaagse gebeurtenissen

  • Geheugen voor bekende gebeurtenissen

Zoals volwassenen onthouden kleuters vertrouwde, herhaalde gebeurtenissen in de vorm van scripts
= algemene beschrijvingen van wat er gebeurt en wanneer het gebeurt in een specifieke situatie (bv. op restaurant gaan)

Met toenemende leeftijd worden scripts uitgebreider en kunnen ze gebruikt worden om te voorspellen wat er gaat gebeuren in gelijkaardige situaties.

  • Geheugen voor eenmalige gebeurtenissen

Het autobiografisch geheugen = voorstellingen van persoonlijke betekenisvolle en eenmalige gebeurtenissen zoals bv. naar de zoo gaan.
Als de cognitieve en conversationele vaardigheden van kleuters verbeteren, gaan hun beschrijvingen van speciale gebeurtenissen beter georganiseerd worden in de tijd, gedetailleerder worden en gerelateerd zijn aan de grotere context van hun leven.

Ouders gebruiken 2 stijlen om autobiografische verhalen te veroorzaken bij hun kinderen:

  • Uitbreiden (‘elaborative’)
    • Gevarieerde vragen stellen
    • Informatie toevoegen aan de statements van de kinderen
    • Bv. nadat ze naar de zoo zijn geweest, kan de ouder zeggen “wat was het eerste dat we deden?”, “waren zaten de papegaaien niet in hun kooien?”, “Ik vond de leeuw maar eng. Wat vond jij?”, ...
    • Is beter: later meer georganiseerde verhalen
    • Kinderen en ouders met een veilige gehechtheidband gebruiken eerder deze stijl
    • Herhalen (‘repetitive’)
      • Weinig informatie geven
      • Dezelfde korte-antwoord vragen stellen
      • Bv. “herinner jij je de zoo?”, “wat hebben we daar gedaan?”, “wat gebeurde er dan?”

Geslachts- en cultuurverschillen:

  • Meisjes gebruiken meet gedetailleerde verhalen dan jongens
  • Westerse kinderen voegen eer commentaren bij over hun eigen gedachten, emoties en voorkeuren dan Aziatische kinderen.

Lees meer...

Herkenning en herinnering

Herkenning is makkelijker dan herinnering.
 Verklaring: kleuters zijn minder goed in het gebruik van geheugenstrategieën = bewuste mentale
activiteiten die de kans op herinnering doen toenemen.
Bv. kleuters gaan nog niet herhalen om iets te onthouden, ze gaan nog niet organiseren, ...

Kleuters vertonen al wel een begin van geheugenstrategieën
Bv. proef met containers: kindjes krijgen containers (= plastic doosjes). In sommigen zit een blokje, in andere niet. De opdracht bestaat eruit om de containers met een blokje in terug te geven. In dit geval gaan ze wel 2 groepjes maken, nl. een groepje van containers met een blokje in en een groepje zonder blokje in.

Maar ze herhalen nog niet en organiseren items ook niet in categorieën
(strategieën taxeren hun gelimiteerde werkgeheugen! ‘Digit span’ taken, waarbij kinderen trachten een volwassen reeks van nummers te herhalen, schat de grootte van het werkgeheugen, wat geleidelijk verbetert, namelijk van een gemiddelde van twee digits op de leeftijd van 2,5 jaar tot 5 digits op de leeftijd van 7 jaar)

Lees meer...

Geheugen

Kleuters hebben de taalvaardigheden om te beschrijven wat ze zich herinneren en ze kunnen instructies volgen in eenvoudige geheugentaken. (daardoor is het geheugen nu makkelijker te bestuderen)

Lees meer...

Aandacht

Kleuters kunnen maar een korte tijd met een taak bezig zijn, kunnen moeilijk op details letten en ze zijn makkelijk afgeleid.
Maar volgehouden aandacht (hfst. 5) verbetert in de peutertijd, een trend dat zich verder zet bij kleuters.

Reden:

Kleuters worden beter in inhibitie

  • = onderdrukken van impulsen
  • Bv. “nacht” zeggen bij een plaatje van de zon

Kleuters worden beter in plannen

  • = vooraf een opeenvolging van handelingen uitdenken en de aandacht verdelen in functie van het bereiken van het doel
  • Zolang taken vertrouwd en niet te complex zijn, kunnen kleuters generen en een plan volgen
  • Maar plannen heeft nog een lange weg af te leggen.

Bv. wanneer aan kinderen gevraagd word om gedetailleerde foto’s te vergelijken, slagen kleuters er niet in deze taak goed uit te voeren.

En taken met verschillende stappen, kunnen ze zelden beslissen wat ze eerst moeten doen en wat daarna. Ze vergeten vaak belangrijke stappen uit te voeren.

Wanneer ouders plannen aanmoedigen in alledaagse activiteiten, helpen ze kinderen om effectiever te plannen.
Dus samenwerken met meer ervaren planners helpt

Lees meer...

Evaluatie theorie van Vygtosky

Voor:

  • Belang van onderwijs
  • Grote aandacht voor culturele verschillen

Tegen:

  • Is Westerse theorie (ouders in het Westen doen veel aan ‘scaffolding’)
  • Verbale communicatie is niet het enige middel, en zelfs niet het belangrijkste middel, waardoor kinderen leren in sommige culturen (ook leren door observatie bv.)
  • Vandaar nieuwe, bredere term: Geleide deelname (‘guided participation’)
    • bredere term dan ‘scaffolding’
    • = samenwerking tussen deelnemers die meer of minder expertise hebben, zonder de specifieke kenmerken van de communicatie te omschrijven.
    • dus variaties over culturen en situaties mogelijk
    • term is neutraler gemaakt

  • Vygotsky zei weinig over hoe basisvaardigheden – bv. motoriek, perceptie, aandacht, geheugen, categorisatie en probleemoplossen – bijdragen tot hogere cognitieve processen, die via sociale bemiddeling overgedragen worden.
Lees meer...

Vygotsky en onderwijs

Gelijkenissen Piaget en Vygotsky:

  • Actieve deelname van kinderen
  • Aandacht voor individuele verschillen

Vygotsky:

  • Gaat verder dan onfhankelijk ontdekkingsleren (Piaget). Vygotsky bevordert begeleid ontdekkingsleren (‘assisted discovery’).
  • Begeleid ontdekkingsleren houdt ook samenwerking met leeftijdsgenoten in (‘peer collaboration’), waarbij kinderen van verschillende niveaus in groep werken, en elkaar helpen en bijleren.
  • Verbeeldingsspel (‘make-believe play’) is unieke zone van naaste ontwikkeling waarin kinderen veel uitdagende activiteiten uitproberen en veel nieuwe competenties verwerven (en tot grotere zelf-controle komen)
Lees meer...

Sociale oorsprong van het denken

Waar komt private taal vandaan?

Zie eerder: de theorie van Vygotsky:
Zone van naaste ontwikkeling = reeks taken die te moeilijk zijn om alleen op te losse, maar wel opgelost geraken met de hulp van anderen.

Dus: anderen doen aan ondersteuning (‘scaffolding’) = aanpassen van de steun die men geeft tijdens een leersessie in overeenstemming met het huidige niveau van het presteren van kinderen.

Dus wanneer kinderen moeilijk weten hoe ze verder moeten, gebruiken volwassenen directe instructies en breken ze de taak in handelbare units. Wanneer de competentie van het kind verbetert, gaat de ondersteuning geleidelijk aan verminderen en gaat men meer overschakelen op de verantwoordelijkheid van het kind. Dan nemen de kinderen de taal van deze dialogen over en maken ze het als een onderdeel van hun private taal en gebruiken ze die taal om hun onafhankelijke pogingen te organiseren.

Bv. puzzelen:
Sammy: ik krijg dit stukje er niet in (probeert een stukje op een verkeerde plaats te zetten)
Moeder: Welk stukje zou daar kunnen inpassen? (wijst naar de onderkant van de puzzel)
Sammy: Zijn schoen (zoekt naar een stukje dat de schoen weergeeft, maar kiest de verkeerde)
Moeder: Wel, welk stukje lijkt op deze vorm? (wijst alweer naar de onderkant van de puzzel)
Sammy: De bruine (probeert het en het past, hij probeert dan een ander stukje en kijkt naar zijn moeder)
Moeder: Probeer het een heel klein beetje te draaien (toont het gebaar)
Sammy: Ziezo! (plaats nog meerdere stukjes terwijl zijn moeder toekijkt)

Empirische steun in onderzoek:

  • Ouders die effectief steunen, hebben kinderen die meer “private” taal gebruiken en later analoge taken beter alleen kunnen
  • Plannen en probleemoplossen gaat beter als ze met een meer ervaren ‘peer’ of volwassene werken
  • Niet eens zijn met ‘peers’ is niet zo belangrijk, het oplossen wel.

Cognitieve steun van ouders  voorspelt winst in het denken van het kind
Emotionele steun van ouder  voorspelt de inspanningen van het kind

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen