Menu

Rol van schuld

Voor Freud: Freud had gelijk dat schuld een belangrijke motivator is van moreel gedrag. Hij induceert van op empathie gebaseerde schuld, (bv. uitdrukkingen van persoonlijke verantwoordelijkheid en spijt, zoals “het spijt me dat ik hem heb pijn gedaan) d.w.z. het kind uitleggen dat hij iemand heeft pijn gedaan en dat de ouder nu teleurgesteld is in hem.

Tegen Freud: schuld is niet de enige factor. Ook is de morele ontwikkeling niet compleet tegen het einde van de kleutertijd. Het is een gradueel proces, dat zich verder uitbreidt in de volwassenheid.

Lees meer...

Kenmerken van het kind

- Empathie heeft een beperkte genetische component

- Temperament:

  • Angstige kinderen: zachtheid en geduld
  • Impulsieve kinderen
    • Zachte discipline heeft weinig impact, maar krachtige beweringen werken ook niet goed
    • Veilige gehechtheidsrelatie aangaan met je kind
      • Je kan meer emoties bespreken, je kan inductie gebruiken, maar je moet wel krachtig uit de hoek komen.
    • Combinatie van krachtig straffen en inductieve opvoeding
Lees meer...

Inductieve opvoeding

Inductie = speciale vorm van disciplinering waarbij men het kind helpt om te letten op gevoelens door te wijzen op de gevolgen van het foute gedrag van het kind voor anderen.
Bv. “zij is aan het wenen omdat jij haar pop niet wil teruggeven.”

Inductie heeft succes: kinderen zijn gemotiveerd tot actieve betrokkenheid op morele normen:

  • Ze krijgen informatie die ze gaan gebruiken in latere situaties
  • Empathie en sympathie worden aangemoedigd, waardoor meer prosociaal gedrag
  • Ze krijgen redenen om hun gedrag te veranderen, de morele normen worden zinvol

Daarentegen: wanneer er te veel wordt gedreigd en gestraft, dan kan het kind niet goed nadenken waardoor er geen internalisatie is van de morele normen.

Lees meer...

Freud

> Jonge kinderen vormen een superego of geweten door zich te identificeren met de ouder van hetzelfde geslacht, van wie ze de morele standaards overnemen

> Ze gehoorzamen aan het superego om schuld te vermijden

> Morele ontwikkeling is afgerond op 5 – 6 jaar

Meeste onderzoekers zijn het hier niet mee eens vandaag:

> Kinderen wiens ouders vaak dreigen voelen vaak weinig schuld

> Indien ouders hun liefde terugtrekken (bv. door het kind te negeren), dan veroorzaakt dit veel zelfverwijten bij het kind (bv. “niemand houdt van mij” of “ik ben slecht”)

> Indien dit te vaak gebeurt gaat het kind zijn/haar schuld ontkennen  zwak geweten.

Lees meer...

Basis van moraliteit

- Vanaf 2 jaar: begin van bezorgdheid over dingen die niet horen of mensen die zich niet gedragen.

- Ouders vinden dat kinderen meer verantwoordelijk zijn voor hun gedrag

- Geweten begint zich te vormen in de kleuterperiode

  • Eerst: onder externe controle van volwassenen
  • Later: innerlijke normen (geïnternaliseerd)

- Theorieën leggen verschillende klemtonen:

  • Psycho-analyse: emotionele kant van de ontwikkeling van het geweten
  • Sociale leertheorie: moreel gedrag
  • Cognitieve ontwikkelingstheorie: denken, de mogelijkheid om te redeneren over gerechtigheid en redelijkheid

Perspectieven op morele ontwikkeling:

Psycho-analytisch

Freud: superego en schuld

Nu: inductie, op empathie gebaseerde schuld

Behavioristisch

Beloning en straf

Sociaal leren

Voor en nadoen van moreel gedrag

Cognitief ontwikkelings

Kinderen als actieve denkers over sociale regels

Lees meer...

Vriendschap

Vriendschap bij volwassenen = wederzijdse relatie die omvat:

- Elkaar gezelschap houden

- Delen

- Begrijpen van gedachten en gevoelend

- Voor elkaar zorgen in tijden van nood

-Zo’n (rijpe) vriendschappen blijven duren in de tijd en overleven occasionele conflicten.

Kleuters begrijpen al iets over de uniekheid van een vriendschap, maar enkel gedeelde activiteiten en nog niet wederzijds vertrouwen. Vriendschap in de vroege kindertijd is:

- Iemand die jou leuk vindt, met jou speelt en speelgoed deelt

- Ze veranderen vaak

- Vrienden bieden meer bevestiging, zijn emotioneel expressiever en bieden meer sociale steun dan niet-vriendschappen.

De relaties tussen vrienden zijn al wel uniek bij kleuters.

Lees meer...

‘Follow-up’ onderzoek op sociabiliteit met leeftijdsgenoten

Longitudinaal onderzoek wijst uit dat:

- Alle 3 soorten spel komen samen voor bij kleuters (vaak overgangen tussen spelvormen)

- De volgorde hierboven voorgesteld klopt, maar spelvormen die later voorkomen vervangen niet de vroegere soorten. Het is eerder zo dat alle types samen bestaan in de kleutertijd.

- Niet-sociaal is het meest frequent bij 3 – 4 jarigen

- Solitair en parallelspel vaak bij 3 tot 6 jarigen

- Het type, NIET het aantal, van sociaal en parallel spel verandert in de kleutertijd

Vandaar het nieuwere idee: binnen elk van de 3 soorten spel neemt de cognitieve rijpheid van het spel toe met de leeftijd.
 3 categorieën van cognitieve rijpheid:

(1) Functioneel spel

Eenvoudige, repetitieve bewegingen, met of zonder voorwerpen

Bv. over de speelplaats lopen met de armen gespreid.

0 – 2 jaar

(2) Constructie spel

Creëren of construeren van iets

Bv. samen of alleen een huis bouwen

3 – 6 jaar

(3) Rollenspel

Uitbeelden van alledaags en ingebeelde rollen

Kan zowel samen als alleen (1 kind kan ook meerdere rollen tegelijk spelen d.m.v. verschillende stemmetjes.)

2 – 6 jaar


Vandaar: alleen spelen is enkel een probleem als het een laag niveau van cognitieve rijpheid weerspiegelt:

> Doelloos rondlopen

> “Rondhangen” in buurt van leeftijdgenoten

> Onrijp, repetitief gedrag (functiespel)

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen