Menu

Kindermishandeling

Er zijn verschillende vormen van kindermishandeling:

  • Lichamelijke mishandeling
  • Seksueel misbruik
  • Verwaarlozing
    • Er niet in slagen om tegemoet te komen aan de basisbehoeften van het kind, zoals eten, kleding, medische aandacht en supervisie
    • Emotionele mishandeling
      • Gebrek aan affectie en emotionele steun
      • Handelingen zoals belachelijk maken en vernederen

Patronen:

  • Ouders: 80%, andere verwanten: 7%
  • Bij moeders vaker verwaarlozing
  • Bij vaders vaker seksueel misbruik
  • Bij jongere kinderen vaker verwaarlozing
  • Bij oudere kinderen de overige vormen
Lees meer...

Culturele varianten

Etnische groepen hebben verschillende ideeën en praktijken over opvoeding van de kinderen.

  • China: meer controlerend, maar ook warm
  • Spaans sprekend: groot respect voor de vader, maar vader speelt veel met kinderen
  • Afro-Amerikanen: veel strikter
    • Belang voor zelfcontrole
    • In gevaarlijke buurten
    • Maar ook veel warmte!

Conclusies: opvoedingsstijlen kunnen alleen begrepen worden in bredere ecologische context.

Lees meer...

Wat maakt de democratische opvoedingsstijl zo effectief?

Het is niet enkel zo dat een goede opvoeding leidt tot brave kinderen, ook zijn brave kinderen makkelijk op te voeden.
Longitudinaal onderzoek toont aan dat democratisch opvoeden negatief gedrag vermindert en dat controlerend optreden problemen doet toenemen. Ook is de relatie tussen parenting en de eigenschappen van kinderen wordt steeds meer bidirectioneel.

Verklaring van de werking:

  • Ouders vormen een model
  • Controle verloopt eerlijk en redelijk: het is geïnternaliseerd, waardoor kinderen zich meer gaan schikken
  • Controle en autonomie komt overeen met de mogelijkheid van de kinderen tot verantwoordelijkheid over hun eigen acties. Door kinderen te laten weten dat ze competente individuen zijn die dingen succesvol kunnen doen uit zichzelf, moedigen ouders zelf waarde en cognitieve en sociale rijpheid aan.
  • Steun beschermt negatieve effecten zoals familiale stress en armoede
Lees meer...

Hedendaagse benadering

3 opvoedingsdimensies: WARMTE, CONTROLE en AUTONOMIE TOEKENNEN

Democratische stijl

  • Warmte: hoog

Controle: hoog, maar past zich aan

Autonomie: aangepast niveau

  • Ouders zijn warm, aandachtig, sensitief voor de noden van hun kinderen
  • Standvastige en geloofwaardige controle, ze stemmen in met volwassen gedrag en geven redenen voor hun verwachtingen
  • Ze geven geleidelijk aan autonomie en laten het kind zelf beslissingen maken op gebieden waar ze klaar voor zijn
  • Is meest succesvolle opvoedingsstijl
    • Positieve stemming
    • Zelfcontrole, doorzettingsvermogen
    • Goed samenwerken met anderen
    • Hoge zelfwaardering
    • Rijpheid op sociaal en moreel vlak
    • Goede prestaties op school

Autoritaire stijl

  • Warmte: laag

Controle: hoog

Autonomie: laag

  • Ouders komen koud en afwijzend over
  • Ze roepen, commanderen, bekritiseren en dreigen “doe het omdat ik het zeg”
  • Negatieve effecten:
    • Kinderen zijn angstig en ongelukkig
    • Ze reageren vijandig bij frustratie
    • Jongens tonen woede en opstandig gedrag
    • Meisjes zijn afhankelijk, exploreren weinig en hebben moeite met uitdagende opdrachten
      • Deze ouders maken ook vaker gebruik van psychologische controle (hiervoor gedragscontrole)
        = meer subtiele vorm van controle waarbij ouders binnendringen in en manipulerend
        optreden in de verbale expressie, individualiteit, en gehechtheid aan de ouders
        • Ze komen tussen in beslissingen/keuze van vrienden
        • Affectie afhankelijk van de gehoorzaamheid
        • Indien ze ontevreden zijn trekken ze hun liefde terug
        • Ze hebben buitensporig hoge (en onaangepaste) verwachtingen

Kinderen die hieraan blootgesteld zijn, zijn vaak angstig, teruggetrokken, uitdagend en agressief

Toegeeflijke stijl

  • Warmte: hoog; té toegeeflijk/geen aandacht

Controle: laag

Autonomie: niet aangepast aan de leeftijd, ze kunnen en mogen altijd alles
(ze doen dit uit overtuiging of bij gebrek aan vertrouwen van het eigen kunnen)

  • Negatieve effecten
    • Kinderen zijn impulsief, ongehoorzaam en rebellerend
    • Ze stellen te hoge eisen aan en zijn te afhankelijk van volwassenen
    • Ze zetten minder door bij opdrachten
    • Jongens tonen afhankelijk gedrag en leveren geen prestaties
  • Maar er zijn ook positieve effecten in de adolescentie!

Niet-betrokken stijl

  • Warmte: laag

Controle: laag

Autonomie: onverschillig, de ouders zijn er niet mee bezig

(ze doen dit doordat ze depressief zijn of te veel stress hebben, waardoor geen aandacht voor de kinderen)

  • Extreme vorm = verwaarlozing (‘neglect’)
  • Negatieve effecten
    • Vooral als het vroeg begint zijn praktisch alle aspecten van de ontwikkeling verstoord (gehechtheid, denken, emotionele en sociale vaardigheden)
  • Bij minder extreme gevallen zijn er ook veel problemen !
Lees meer...

Klassieke benadering

2 dimensies: WARMTE en CONTROLE

Democratisch meest succesvol

  • Warmte: hoog
  • Controle: hoog

Autoritair geen uitleg geven bij straffen door gebrek aan warmte

  • Warmte: laag
  • Controle: hoog

Toegeeflijk

  • Warmte: hoog
  • Controle: laag

Niet-betrokken

  • Warmte: laag
  • Controle: laag
Lees meer...

Opvoedingsstijlen

Tot nu toe zijn er verschillende opvoedingspraktijken afzonderlijk bestudeerd (bv. sensitiviteit, model bieden)
Nu worden deze opvoedingsstijlen samengebracht in een globale visie op effectief opvoeden

Opvoedingsstijlen = combinaties van opvoedingsgedragingen die voorkomen over een breed bereik van situaties en daardoor een duurzaam opvoedingsklimaat doen ontstaan

4 opvoedingsstijlen:

Lees meer...

Vermindering geslachtsstereotypering

Algemeen: ervaringen die ingaan tegen stereotypen

> Ouders kunnen zelf minder aan zulke stereotypering doen, in eigen gedrag en in aanbod activiteiten aan de kinderen.

> Leraren kunnen hun omgang met meisjes en jongens aanpassen. Ze kunnen er voor zorgen dat alle kinderen evenveel deelnemen aan gestructureerde activiteiten door volwassenen als ongestructureerde activiteiten

> Kinderen afschermen van tv

> Taal met stereotype uitdrukkingen vermijden

> Kinderen wijzen op uitzonderingen op de regel (bv. ongewone beroepen)

> Redeneren hierover helpt om ‘gender-biased’ denken te verminderen

Lees meer...

Theorie van de geslachtsschema’s (‘gender schema theory’)

= informatieverwerkingsbenadering van geslachtsrolstereotypering die elementen combineert van sociale leertheorie en de cognitieve ontwikkelingstheorie. Ze legt uit hoe dat zowel omgevingsinvloeden als het denken van het kind samen vorm geven aan de ontwikkeling van geslachtsrollen bij kinderen.

  • Kinderen leren al jong geslachtsgebonden voorkeuren (sociale leertheorie)
  • Kinderen organiseren ook al snel hun ervaringen in geslachtsschema’s (cognitieve ontwikkelingstheorie) = mannelijke en vrouwelijke categorieën waarmee ze hun wereld interpreteren
    Opgelet
    : Hier: schema als een schematische voorstelling van iets.
    Bij Piaget : schema als wat in een handeling kan herhaald worden !
    Indien de jongen zich houdt aan het geslachtsschema, dan is hij een genderschematisch kind
     zijn ‘gender schema filter’ maakt gender direct relevant (“spelen jongens met poppen?”)
    Indien de jongen zich niet houdt aan de schema’s, dan is hij genderaschematisch kind
     zijn ‘interest filter’ speelt een rol (“vind ik het speelgoed leuk?”)

Geslachtsschema’s hebben een sterk effect!: wanneer kinderen anderen op een inconsistente manier zien gedragen, kunnen ze:
- Zich de informatie niet herinneren
- De herinneringen vervormen tot ze overeenkomen met de geslachtsschema’s
bv. een verpleger is in hun herinnering een dokter

En omdat genderschematische kleuters concluderen dat wat zij leuk/lekker vinden, andere kinderen van hun eigen geslacht ook moeten leuk/ lekker vinden, gebruiken ze vaak hun eigen voorkeuren om toe te voegen aan hun gendervooroordelen.
bv. meisjes lust geen oester, dus denken ze dat alleen jongens oesters lusten.

Lees meer...

Geslachtsidentiteit in de vroege kindertijd

Sociale leertheorie:
- Gedrag komt voor zelfperceptie
- Geslachtsstereotiep gedrag leidt tot geslachtsidentiteit

Cognitieve ontwikkelingstheorie:
- Zelfperceptie komt voor gedrag
- Kinderen ontwikkelen een geslachtsconstantie(‘gender constancy’)
= inzicht dat het geslacht biologisch bepaald is en hetzelfde blijft, zelfs als de kleren, haarstijl en
spelactiviteiten veranderen. (verworven aan het einde van de kleutertijd, 6 jaar)
-> Dit idee gaan ze dan gebruiken om hun gedrag te leiden.

Het beheersen van deze geslachtsconsistentie is geassocieerd met de verworvenheid van conservatie en verschijning – realiteit.

Opgelet: kinderen informatie geven over genitale verschillen resulteert niet in geslachtsconstantie
-> suggereert dat cognitieve onrijpheid, niet sociale ervaring, verantwoordelijk is voor de moeilijkheid voor
kleuters om te permanentie van de sekse te begrijpen.

Maar dit kan niet alles verklaren, ook jonge kinderen vertonen al geslachtsgebonden gedrag.
De rol van geslachtsconstantie in ontwikkeling van de geslachtsidentiteit is onduidelijk
Maar zodra kinderen over geslachtsrollen nadenken, wordt hun geslachtsgebonden gedrag versterkt.

Gender-schema theorie
- Combinatie van sociale leer- en cognitieve ontwikkelingstheorieën

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen