Gewaarworden en waarnemen
- Gepubliceerd in Psychologie
- Reageer als eerste!
Zintuigen: - Horen
- Zien
- Voelen
- Proeven
- Ruiken
Zintuigen: - Horen
- Zien
- Voelen
- Proeven
- Ruiken
Functieleer
= onderzoek naar mentale processen hoe wordt je waarnemen beïnvloed
Ontwikkelingspsychologie
objectpermanentie
Bv. een baby ziet een object, maar als je het object verstopt dan is hij het
meteen terug vergeten
conservatie
Bv. je laat een kind twee gelijke glazen zien met dezelfde hoeveelheid water
als je dan één glas omgiet in een dikker glas gaat het kind zegge dat er
minder water inzit.
Persoonlijkheidspsychologie
1.Ik maak me zorgen over dingen.
2.Ik hou er niet van om de aandacht op me te richten.
3.Ik denk eerst aan anderen.
4.Ik raak zelden geïrriteerd.
5.Ik laat anderen het voortouw nemen.
Sociale psychologie
Het bijstander effect
Bv. er ligt een persoon op de grond en niemand helpt hem, omdat iedereen
denkt ‘een ander helpt hem wel’
Fysiologische psychologie
Polygraaf
Toegepaste psychologie
klinische psychologie
arbeids- en organisatiepsychologie
schoolpsychologie
…
Fundamenteel onderzoek
= psychologie die aan wetenschappelijk onderzoek doet om kennis te verzamelen
Bv. men vindt psychologen terug binnen de academische wereld als lesgevers én als onderzoekers
Toegepaste psychologie
= pyschologie die de kennis gebruikt om het gedrag van mensen te beïnvloeden
Bv. psychologen zijn ook tewerkgesteld in reclamebureaus en bestuderen de voorkeuren en ingesteldheden van de consumenten
Wetenschappelijke kennis streeft naar: (in een onderzoek)
Systeemmatisch verzameld te zijn
Bv. observeren, enquêtes afnemen, interviews,…
rekeninghoudend met de doelgroep
en werkend met een steekproef
zal er een conclusie getrokken worden
Objectief te zijn
tijdens het onderzoek niet laten misleiden door vooroordelen
Controleerbaar te zijn
men moet kunnen nagaan of de bevindingen kloppen met de realiteit
Wetenschappelijke studie van het gedrag en van de mentale processen van individuen
Een wetenschappelijke studie
psychologie is gebaseerd op wetenschappelijk verkregen gegevens
De studie van het gedrag
de manier waarop het individu zich aanpast aan zijn omgeving (=gedrag)
het waarneembare in het menselijke handele
De studie van de mentale processen
de talrijke menselijke activiteiten die inwendig plaatsvinden (=mentale
processen)
het gaat hier over niet-waarneembare ‘gedragingen’ (Bv. denken)
De studie van het individu
psychologie bestudeert gedrag en mentale processen van de individuele mens
psychologie behoort tot de mensenwetenschappen
Verklaring voor het minder goed presteren van Amerikaanse kinderen:
Waardering in cultuur voor prestaties op school
Klemtoon op inspanning
Kwaliteitsonderwijs voor iedereen
Meer tijd besteed aan het onderwijs
Er bestaan verschillende programma’s:
- ‘verrijking’ van gewone klassen
- Speciaal soort onderwijs (komt het meest voor)
- Laten overgaan naar een hoger studiejaar
Alle programma’s leveren goede resultaten op (op schools en sociaal vlak), maar vaardigheden moeten ingeoefend kunnen worden
Verschillende programma’s zijn geïnspireerd door Gardners theorie van de meervoudige intelligentie (bv. ruimtelijke intelligentie inoefenen door tekenen en linguïstische intelligentie inoefenen door verhaaltjes te vertellen, ...)
Er is meer onderzoek nodig naar de effecten van programma’s, maar ze helpen wel ongewone talenten te beklemtonen van schijnbaar gewone of “zwakke” kinderen
Creativiteit = het vermogen om iets te produceren dat origineel is en dat tegelijk bruikbaar is, iets waar anderen nog niet aan gedacht hebben, maar dat in een of ander opzicht nuttig blijkt.
- Divergent denken
= het genereren van vele en ongebruikelijke mogelijkheden als men geconfronteerd wordt met een
probleem of een opdracht
- Convergent denken
= er is één enkel correct antwoord dat moet gegeven worden (meestal bij intelligentietests)
Oplossingen voorstellen voor alledaagse problemen (“real-world-problem”)
Aan het kindje werd gevraagd om zoveel mogelijk tekeningen te
maken als ze kon met de cirkels die op het blad stonden.
Er zijn veel experten, maar weinig echte creatievellingen
Hoogbegaafd (‘gifted’) = blijk geven van buitengewone intellectuele mogelijkheden, dus hoog IQ (130 of meer)
Verschillende benaderingen:
Verschillende types van kinderen:
Het effect dat mainstreaming en inclusief onderwijs hebben heeft te maken met:
- Verbetering in prestaties
- Sociale integratie in klasgebeuren
è Het effect is onduidelijk; sommige kinderen hebben er baat bij, andere niet.
> Verbetering van de prestaties hangt af van:
> Deze kinderen worden vaak buitengesloten door kinderen uit gewone klas:
> Er zijn uiteraard niet altijd nadelen. Soms zijn er ook wel voordelen aan de opname in een gewone klas. De beste regeling is:
> Kinderen brengen dus variabel deel van de tijd door in gewone klas, afhankelijk van hun mogelijkheden
> Er moeten bijzondere maatregelen getroffen worden om de aanvaarding door leeftijdsgenoten te bevorderen:
Voorbereiden op komst van een kind met speciale behoeften
> Kenmerken die kinderen geven aan een goede onderwijzer:
Gedragingen die geassocieerd worden met winst in motivatie, prestatie en positieve
peerrelaties
> Maar te veel leerkrachten in de VS benadrukken drill en herhaling. Het is bewezen dat als de klemtoon op het denken van hoger niveau ligt, meer kinderen aanwezig zijn en meer vooruitgang boeken.
> Deze interactie heeft een sterke impact op de prestaties en het sociaal gedrag van lage SES minderheidsstudenten.
> Onderwijzers behandelen kinderen anders:
> Eens de attitudes van leerkrachten over leerlingen gevormd zijn, kunnen ze extremer worden
> Een grote zorg hierbij is zelfvervullende voorspellingen (‘self-fulfilling prophecies’):
> Effecten zijn het meest uitgesproken bij kinderen die minder goed presteren.
> Meestal negatief vooroordeel bij onderwijzers komt overeen met lagere verwachtingen bij leerlingen die minder goed presteren.
> Men moet opletten dat minderheidsgroepen zich niet bedreigd voelen door een negatief stereotype (‘stereotype threat’)