Menu

Sofian Bouazzaoui

Sofian Bouazzaoui

De transactievraag naar geld

Geld is nodig om economische transacties (aan- en verkopen van goederen en diensten, leningen, giften…) te vergemakkelijken.

Hoe groter het volume van de transacties (hoeveelheden die men wil verhandelen) => hoe groter de hoeveelheid geld waarover men wenst te beschikken.

Niet alleen het volume van de transacties, maar ook de nominale waarde of de geldwaarde ervan beïnvloedt de vraag naar geld.

  • Als bij een gegeven volume de prijzen stijgen, is er meer geld voor die transacties nodig.
  • De vraag naar geld voor transactiedoeleinden stijgt dus met het volume van de transacties en met het algemene prijsniveau.

De transactievraag naar geld wordt bij een gegeven volume en prijsniveau ook bepaald door institutionele factoren. Daarmee bedoelen we onder meer de frequentie waarmee loon- en weddetrekkenden worden betaald en de efficiëntie van het banksysteem. Indien loontrekkenden om de week worden betaald, moeten ze gemiddeld minder geld voor handen hebben dan bij maandelijkse betaling.

Ook de efficiëntie van het banksysteem bepaalt de vraag naar geld: Hoe efficiënter het banksysteem, des te minder geld bewaard moet worden om een gegeven niveau van transacties mogelijk te maken.

Lees meer...

De rol van de ECB in de geldcreatie

Privé-banken creëren giraal geld op basis van reserves aan basisgeld. Die reserves, die we ook primaire liquiditeiten noemen, bestaan uit bankbiljetten en uit deposito’s van de banken bij de centrale bank.

De ECB heeft een dubbele invloed op de totale geldhoeveelheid:

  • een directe invloed door het uitgeven van bankbiljetten: die maken deel uit van de geldhoeveelheid zodra ze in handen van het publiek komen.
  • een indirecte invloed door het uitgeven van bankbiljetten en het openen van deposito’s voor de privé-banken, die als basis dienen voor de girale geldexpansie.

ACTIVA

PASSIVA

Goud en buitenlandse deviezen

Vorderingen op ingezetenen (privé en publiek)

Bankbriefjes bij het publiek (CP)

Bankbriefjes bij de banken (R)

Deposito’s van (=leningen aan) de banken

De ECB brengt geld in omloop door het aankopen van activa. Wanneer ze vb $ of schatkistcertificaten (bewijzen van leningen aan de overheid) aankoopt, betaald ze daarvoor met geld.

De omgekeerde transacties, zoals het verkopen van buitenlandse deviezen of het innen van vorderingen, heeft tot gevolg dat aan de linkerzijde van de balans activa verdwijnen.

De ECB kan de geldhoeveelheid ook op andere manieren beïnvloeden:

  • de ECB verleent voorschottenaan de financiële instellingen, die in ruil overheidspapier of handelspapier afstaan aan de ECB. Door de voorschotten te verhogen of te verlagen, kan de ECB de hoeveelheid basisgeld waarover de financiële instellingen beschikken, doen toe- of afnemen.
    • zal de kredietverlening van de banken en dus de creatie van giraal geld beïnvloeden.
    • direct
  • open-marktverrichtingen= ECB koopt/verkoop overheidspapier/vreemde valuta op de markt (effectenbeurzen/deviezenmarkt)
    • Deze verrichtingen beïnvloeden onrechtstreeks de liquiditeitspositie van de financiële instellingen
    • Indirect
  • de ECB beschikt nog over andere instrumenten van geldbeleid.

- Zo kan ze de intrestvoet veranderen die ze de banken aanrekent op voorschotten. Hogere intrestvoet => banken nemen minder voorschotten op

- Ze kan ook een minimum-reservecoëfficiënt opleggen aan de banken.

het hierboven geschetste instrumentarium stelt de ECB in staat om haar rol van “lender of last resort” te vervullen. Dit voorkomt een ineenstorting van het banksysteem.

Lees meer...

De rol van de banken in de geldcreatie

Het geldscheppend vermogen van de banken hangt bij een gegeven hoeveelheid basisgeld en preferenties van het publiek inzake chartaal/giraal geld in zijn geheel af van de verhouding die de banken wensen tussen de deposito’s van het publiek en het basisgeld, dat ze in kas houden.

Die verhouding = kasreservecoëfficiënt

Hoe lager de coëfficiënt => hoe groter het geldscheppende vermogen van de banken.

Bij een lage kasreservecoëfficiënt zullen de banken immers voor eenzelfde beschikbaar bedrag aan basisgeld meer leningen toestaan. Daardoor ontstaan er meer deposito’s.

Banken bepalen hun kasreservecoëfficiënt op basis van hun ervaringen met opvragingen van bankbriefjes. (de waarde van de coëfficiënt is niet constant)

Hoe hoger de intrestvoet => hoe meer potentiële inkomsten een bank ontbeert door intrestloze kasmiddelen te bewaren => lagere kasreservecoëfficiënt.

Banken zullen dus een lagere kasreservecoëfficiënt hanteren naarmate de intrestvoet hoger is.

  • Er is een invloed van de intrestvoet!

In een aantal landen (waaronder EU) legt de centrale bank een verplichte minimum kasreservecoëfficiënt op, die ze verlaagt of verhoogt naargelang ze het geldscheppende potentieel van de banken wenst te vermeerderen of te verminderen.

Lees meer...
Abonneren op deze RSS feed

Advies nodig?

Vraag dan nu een gratis en vrijblijvende scan aan voor uw website.
Wij voeren een uitgebreide scan en stellen een SEO-rapport op met aanbevelingen
voor het verbeteren van de vindbaarheid en de conversie van uw website.

Scan aanvragen